Frustratie is leuk!

Een goed didactisch spel zet aan tot denken, geeft de nodige frustratie en is helder gestructureerd. Dat is in een notendop de basis voor het ontwerpen van een spel volgens Pedro De Bruyckere. Hij verzorgde afgelopen woensdag de keynote tijdens de conferentie Gamedidactiek in Utrecht. Hij sloot zijn verhaal af met KISS: Keep it Simple, Stupid! Nog een belangrijke basis voor het ontwerpen van spellen en eigenlijk de meeste lessen.

Lesontwerp

Tijdens de conferentie Gamedidactiek stond, uiteraard, het spel en het ontwerpen hiervan centraal. De workshops varieerden van een live online moordspel tijdens de dag, naar het ontwerpen van ‘epic games’ voor de hele klas, tot het inzetten van lego als beloningsmechanisme. Onderliggend aan alle creatieve ideeën ligt het verbinden van de deelnemers en het motiveren tot actie en denken. Deze vier elementen: verbinden, motiveren, actie en denken vormen de basis voor elk goed lesontwerp en hiermee kan ik ook makkelijk de brug bouwen naar blended learning.

Al eerder schreef ik dat blended learning en gamedidactiek ‘een match made in heaven’ zijn. Bijvoorbeeld als je met kennisclips en literatuur zorgt voor de kennisoverdracht voorafgaand aan de klassikale les, en in de les het geleerde verwerkt en verdiept met een spel. Je zorgt dan voor een duidelijke relatie tussen online en offline leren en je maakt de lessen leuk en dynamisch.

Voorbeelden

Als je een spel hebt ontworpen dat over meerdere lessen gespeeld wordt, zoals een queeste waarbij je elke les nieuwe elementen kan ‘ verdienen’ voor de eindopdracht, is online kennisoverdracht en het geven van hints leuk en stimulerend. Je kan ook een eenvoudige spelvorm als een Socrative quiz in de les gebruiken om voorkennis te activeren om vervolgens de studenten aan het werk te zetten met het maken van een eigen kwartetspel over de stof. Martijn Koops gaf een (korte) workshop over het maken van een educatief kwartetspel met verschillende toepassingsvormen. Handig voor docenten om te maken, maar ook heel leuk voor studenten en leerlingen om zelf te maken en te gebruiken!

Autonomie

De belangrijkste reden dat ik zo blij word van gamedidactiek is de motiverende werking die uitgaat van het spel. Bijna iedereen is gevoelig voor competitie en iets (relevants) kunnen winnen, zeker in combinatie met groepsdynamiek. Daarnaast zet een goed spel aan tot denken, en dat is wat elke docent het liefste wil, dat de student gaat nadenken over de leerstof.

Voor mij is de grote kracht de autonomie die een spel creëert. De deelnemers aan het spel kunnen zelf beslissen hoe hard ze werken voor de ‘prijs’ en daarmee hun kans om te winnen beïnvloeden. Het hebben van autonomie in het eigen leerproces is een belangrijke driver voor motivatie, samen met verbinding en uitdaging, ook alweer basis elementen van een spel.

Blended gamedidactiek

Het mag duidelijk zijn, ik ga aan de slag met het ontwikkelen van ‘blended gamedidactiek’. De ‘frustrerende’ werking die uitgaat van uitdagende opdrachten in een spel, stimuleren tot leren en het verder kijken dan een toets of lesboek. En als je die frustratie dan overwint en verder komt in het spel, dan wordt het leuker en leuker.

Een aantal spellen heb ik al liggen, voor mijn eigen trainingen en wellicht ook voor jou doelgroep. Wil je meedenken of een keer praten? Neem dan contact met mij op!

Game on!

Gamedidactiek & Blended Learning: A ‘match made in heaven’!

Gamedidactiek

gamesAfgelopen week had ik het genoegen om samen met Martijn Koops een training te geven aan leidinggevenden in het (hoger) onderwijs. Martijn is expert op het gebied van gamedidactiek, ik weet het nodige van blended learning en het resultaat was een dynamische, actieve en inhoudelijke bijeenkomst.

Face-to-face

Wat mij opviel in de gesprekken met de deelnemers aan de training en ook eerder deze week tijdens de SURF onderwijsdagen, is dat de uitdagingen bij blended learning verschoven lijken te zijn van het oplossen van technische uitdagingen, naar het zinvol invullen van de face-to-face tijd met de studenten. Iedereen is er ondertussen wel van overtuigd dat het geven van lange hoorcolleges zinloos is. Een korte frontale instructie of verdieping op de stof kan heel nuttig zijn, maar anderhalf uur lang luisteren naar een expert is niet meer van deze tijd. Maar ja, wat moet je dan in die anderhalf uur doen, als je maar vijftien minuten frontaal les geeft?

Activerende didactiek

Activerend lesgeven is het toverwoord bij blended learning en gamedidactiek geeft daar een zeer krachtige invulling aan. Martijn Koops presenteerde een aantal werkvormen die ‘low-tech’ zijn en diep leren mogelijk maken. De deelnemers aan de training speelden de games en leerden in korte tijd wat gamedidactiek is, waren zeer betrokken en gingen onderling in gesprek over het onderwerp. En wij als trainers konden rustig toekijken en genieten van een succesvolle werkvorm.

Natuurlijk kwam de vraag hoeveel werk het is om de games voor te bereiden. Nu ja, veel werk dus, zoals dat eigenlijk bij alle activerende werkvormen het geval is waarmee deelnemers een langere tijd bezig moeten zijn. Het fijne is echter, dat je een goed spel maar een keer hoeft te ontwerpen, daarna is deze heel vaak te hergebruiken. ‘Gewoon even de speelkaarten uit de kast halen en het een en ander printen en mijn les is voorbereid’, zei Martijn hierover.

Ontwerpen

Moet iedereen dan nu spellen gaan bedenken en in elkaar knutselen? Ik denk het niet, anderen zijn je al voorgegaan en beter goed gejat (met bronvermelding), dan slecht bedacht. Google maar eens op ‘educational games’, ‘activerende werkvormen’ en ‘gamedidactiek’ en je vind zeer diverse soorten werkvormen, voor elke doelgroep en elke les.

Het leuke aan activerende werkvormen zoals games is dat je aan de inhoud van de lesstof niet zoveel veranderd, maar wel aan de vorm. Door de lesstof op een andere manier aan te bieden en creatief te herhalen, worden de lessen leuker en het leren dieper. Studenten die hier geen zin in hebben kunnen altijd gewoon thuisblijven en het boek lezen, theorie zullen ze dan niet missen, oefenen, herhalen en een leuke les wel.

Tips

Hoe worden werkvormen activerend? Ik noem een paar simpele manieren om een lesactiviteit actief te maken. Wellicht een open deur, maar het hoeft niet moeilijk te zijn:

  • Laat studenten elkaars werk nakijken en scoren. Punten hoeven niet altijd verdiend te worden met het juiste antwoord, je kan ook bepaalde woorden in een zin of formules in een antwoord punten geven.
  • Gebruik bij een case een canvas om de uitwerking op te schrijven of te tekenen, hang deze op in de klas en bespreek ze met elkaar.
  • Gebruik een timer. Op het moment dat een klok op het scherm de tijd weg tikt, ontstaat er een ‘game’ sfeer en gaat alles net een stukje intensiever en sneller.
  • Bedenk prijzen die er toe doen, zoals informatie over de aankomende toets, minder huiswerk of een nieuwe uitdagende werkvorm.
  • Transformeer een oud pak speelkaarten tot gamekaarten door er stickers met opdrachten op te plakken, van kennisvragen tot ‘quests’ buiten het klaslokaal.

Blended learning

Als je ‘blend’ zo is ingericht dat de kennis online wordt overgedragen, dan is de tijd in de klas het ideale moment om te verdiepen, misconcepten te herkennen en recht te zetten en de stof tot leven te brengen. Feedback geven en krijgen kan online ingericht worden (bijvoorbeeld met Feedbackfruits), en in de klas kan je hier verder mee aan de slag gaan. Bij het ontwerp moet je ook rekening houden met wat er praktisch kan in de klas en hoeveel je mag verwachten van de voorbereiding van de studenten op de les. Blended learning is daarmee meer dan het bedenken en inzetten van games. Het invullen van de face-to-face tijd met de studenten kan echter met slimme educatieve spellen een stuk leuker en effectiever worden!

Succes en game on!

Een leven lang leren, is scholing ook geschikt voor docenten?

scholing

Bron: The landscape of learning

We zijn weer begonnen! En ik ben vol in de wereld van de docentprofessionalisering gedoken. Waar ik eerst ‘alleen’ een training blended learning gaf bij De Haagse Hogeschool, mag ik nu ook andere cursussen en leergangen coördineren. De hogeschool stroomt vol met studenten, docenten en goede voornemens voor dit schooljaar.  Ook de scholing voor docenten, ondersteunend personeel en leidinggevenden is opgestart met de nodige inwerkprogramma´s en een mooi cursusaanbod voor het komende schooljaar.

Primaire proces

Als onderdeel van het primaire proces, dus als docent, zag ik een heel andere kant van de organisatie dan op de plek waar ik nu zit bij HRM. Mijn werkritme als docent werd bepaald door het rooster, lesvoorbereiding, vergaderen en oh ja, de administratie. Nu ik niet direct betrokken ben bij dit proces, zie ik een hele andere kant van de Haagse Hogeschool, waar hard gewerkt wordt aan lange en complexe beleidslijnen, nagedacht wordt over de groei en ontwikkeling van de school als geheel en waar interne communicatie veel aandacht vraagt. Daarom denk ik daar nu ook over na en zoek ik naar de beste manier om docenten aan het  leren te krijgen.

Motivatie

Wat motiveerde mij om (weer) een cursus of opleiding te gaan doen? En hoe zorgde ik ervoor dat er tijd voor was? Ik vind het heerlijk in een klas te gaan zitten en te leren van een expert, op een voor mij relevant vakgebied. Ik voel mij snel verbonden met het onderwerp en ik wil de opdrachten zo optimaal mogelijk maken. Én ik zorgde ervoor dat mijn leidinggevende wist dat ik een (eeuwige) opleidingsbehoefte heb. Ik heb een groepje mensen om mij heen, die dezelfde drive voelen, maar ook een grotere groep die helemaal geen zin heeft om (formeel) te gaan leren. Waar komen die verschillen toch vandaan en hoe kan ik docenten motiveren om zich verder te ontwikkelen?

Leerstrategieën

Deze blog is meer een overpeinzing dan een wetenschappelijk onderbouwd verhaal, maar ik denk dat iedereen wil leren, en dat de manier waarop zeer bepalend is. Ik vind het leuk om formeel, in de klas, georganiseerd in een cursus of iets dergelijks, te leren. Anderen willen juist liever ‘on the job’ met directe feedback leren en ontwikkelen. Mijn inziens is het verder ontwikkelen van performance support voor docenten een grote kans voor de hogeschool en eigenlijk de meeste organisaties. Een andere vorm is het sociaal leren, ook hier zie ik grote kansen voor bijna elke organisatie. Leren van je peers en het uitwisselen van je fouten en successen is zeer effectief. Feedback lijkt toch wel het toverwoord te zijn bij (sociaal) leren, en hierin zijn allerlei variaties mogelijk: expert feedback, peer feedback, geschreven feedback, zelfreflectie etc.

E-learning

En dan hebben we nog e-learning. . . online, interactief en on demand leren lijkt de ideale oplossing. Zeker als er een sterk sociaal aspect in het e-learning programma is opgenomen. Ik denk dat e-learning modules een grote kans zijn voor docentprofessionalisering, mits deze geborgd zijn in het gehele onderwijsprogramma. E-learning werkt minder goed als deze alleen wordt gebruikt om de ‘winkel’ te vullen. Het vraagt, net zoals een gewone cursus, een sterk didactisch en blended plan.

Tijd

Ondanks dat docenten wel willen leren, zitten de (online) cursussen en leernetwerken niet elke periode vol. Er speelt namelijk nog een belangrijke factor, die altijd weer terugkomt: tijd . . . Het kost tijd om te leren en het geleerde te verwerken. Het is aan de docent om deze tijd te vragen, de leidinggevende moet het vrijmaken en dan moet er ook echt actie ondernomen worden. Ik heb vaak genoeg gezien dat scholingsuren toch opgaan aan het ontwikkelen van een nieuwe module, begeleiden van een afstudeerder of een ander project. Dat is ook allemaal heel belangrijk, maar scholing heeft een lange termijn effect, dat uiteindelijk waardevoller is dan het oplossen van ad hoc taken.

Scholing

Ik ben docent omdat ik leren zo belangrijk vind, niet alleen voor studenten, maar juist ook voor mijn collega’s. Jezelf verder ontwikkelen en professionaliseren vraagt tijd en moeite, geeft daarnaast voldoening en zorgt ervoor dat de kwaliteit van het werk beter wordt. En soms is het ook goed om even student te zijn, pas op de plaats te maken en aan je eigen ontwikkeling te werken. Dat geeft een frisse blik op je eigen praktijk en de motivatie om (nog) beter te worden in dat wat je doet!

Diplomauitreiking

diploma

Vandaag mag ik voor het laatst een diploma Commerciële Economie uitreiken bij De Haagse Hogeschool. Vanaf 1 september ben ik geen vakdocent meer, maar docentopleider, adviseur blended learning en trainer.

Diploma’s uitreiken is voor elke docent een jaarlijks terugkerend cadeautje. De studenten die ik mag toespreken heb ik vier jaar lang begeleid bij hun studievoortgang, geholpen om slimme studiekeuzes te maken en obstakels te overwinnen. Maar ik moet mijn rol als SLB-er (Studie Loopbaan Begeleider) niet te groot maken. ‘Mijn’ studenten zijn prima in staat de regie te nemen over hun studie, ook al kiezen ze zeer verschillende paden. Er wordt veel gesproken over gepersonaliseerd leren en hoe dit geïmplementeerd moet worden. In de praktijk zie ik dit al jaren gebeuren, de studenten doen dit gewoon zelf. Elke keer maken zij weer de keuze voor studie, werk of privé, waar en hoe ze leren en hoeveel ze erin wensen te investeren. Niet elke keuze pakt even succesvol uit, maar ook dat is leerzaam.

Als ze dan op dat podium staan en ik mag ze toespreken, dan zie ik een student staan die van puber is uitgegroeid tot beginnend beroepskracht. Graag geef ik ze hun verdiende HBO diploma en geniet ik mee van hun succesmoment. Nog even de trotse ouders en vrienden de hand schudden en de kersverse bachelors bestormen de markt en deze keer ga ik met ze mee!

Blended ontwerpen vanuit het creëren van verbinding

master thesisIn 2013 schreef ik mijn masterthesis over hoe studiesucces vergroot kan worden met de kracht van verbinding. Nu vijf jaar later zie ik nog steeds dat leren en ook online leren succesvol wordt op het moment dat er verbinding ontstaat. De grote valkuil van een docent is de aanname dat de student net zo graag als jij, alles wil weten over jouw expertise/onderwerp. Helaas is dit in de praktijk niet zo. Ondanks dat bepaalde onderwerpen noodzakelijk zijn om een studie te halen of om verder te komen in je werk, betekent dit niet dat de cursist of student er graag mee aan de slag gaat. Studeren en leren kost tijd en energie en moet concurreren met andere verplichtingen, wensen en taken. Dus hoe zorg je ervoor dat jouw studenten wel met enthousiasme in de stof duiken of nieuwe vaardigheden leren? Mijn inziens begint succesvol studeren en leren met het zorgen voor verbinding tussen de student, docent, groep en lesstof.

Verbinden & motivatie

Verbinding ontstaat vanuit een relatie. Mijn vader (ruim 30 jaar docent) zegt altijd: “Goed onderwijs staat of valt met de man of vrouw voor de klas”. Meestal leer je niet puur voor jezelf, er zijn maar weinig mensen waarbij al hun motivatie 100% intrinsiek is. Je leert en studeert om iets te bereiken, jezelf te bewijzen en om jouw docent, trainer of coach trots te maken. Dat doe je, omdat je je verbonden voelt met de mensen die betrokken zijn bij jouw leerproces.

Leer-cultuur

Als die verbinding de basis is voor succesvol leren, hoe gaat dat dan in een online en blended leeromgeving, waar er niet altijd persoonlijk contact is en er vaak meer zelfstudie wordt gevraagd? Graag zou ik direct een briljant antwoord geven op deze vraag, maar helaas heb ik ‘de heilige graal’ nog niet gevonden. Ik heb echter wel gemerkt dat het stellen van deze vraag de eerste stap is in het creëren van een succesvolle ‘learning journey’. Het antwoord is voor elke organisatie anders en hangt nauw samen met hoe de leer-cultuur is in het bedrijf, de opleiding en zelfs de klas. Deze cultuur kan een sterke motivator zijn, maar ook het leerproces negatief beïnvloedden. Als mentor in het HBO kan ik mij elk jaar weer verbazen over de grote impact van groepsdynamica op het studiesucces van de individuele studenten.

Persoonlijk, Uitdagend & Simpel

In mijn masterthesis kwam ik tot de conclusie dat een succesvolle ‘learning journey’ gemaakt moet worden vanuit drie kernprincipes: Persoonlijk, uitdagend en simpel. Deze principes lees ik nu ook terug in de boeken van Hattie en Dotchy over succesvol leren en doceren. Of het leren nu online of offline plaatsvind, alleen of in een groep, het ontwerp en de begeleiding van het leerproces moet zeer zorgvuldig gedaan worden. Aandacht voor de student als individu en als groepsmens is hierbij de basis. Leren en ontwikkelen begint niet bij de stof, het begint bij de mens, in relatie tot de ander. Als lessen en cursussen vanuit deze gedachte ontwikkeld zouden worden, zou ons onderwijs er heel anders uitzien!

Blended learning, voor wie doe je het eigenlijk?

doelgroepVaak als ik vertel over blended learning en het inzetten van ICT in het onderwijs kijken mensen bezorgd en vragen zij zich af of dat geen docentenbanen kost. Diezelfde zorg hoorde ik ook van hulpverleners die meer online wilden gaan doen: neemt ‘het internet’ ons onze banen af?
Gelukkig kan ik hierop volmondig NEE zeggen. Blended learning verrijkt het onderwijs en hopelijk ook het werk van hulpverleners, maakt ons werk soms complexer, maar ook veel flexibeler en tijd en plaats onafhankelijker. Dat klinkt allemaal prachtig, maar voor wie doen we dat eigenlijk? Hieronder breng ik de verschillende doelgroepen en hun belangen in kaart.

Doelgroep schoolleiders & managers

Het blended maken van onderwijs creëert de mogelijkheid om online een deel van de lessen (vaak kennisoverdracht) weg te zetten. Met slim gemaakte kennisclips, korte hoorcolleges, artikelen, quizjes en andere content kunnen studenten in hun eigen tempo en op een locatie van hun keuze de stof leren. Managers vinden dat een goed idee want dat creëert lucht in het rooster en het gebouw, staat goed op het CV van de school en geeft docenten de mogelijkheid om op een andere manier les te geven. Daar staat echter wel tegenover dat het ontwikkelen van goed blended onderwijs vraagt om bijscholing van de docenten, investering in de ICT infrastructuur van de school en een breed draagvlak voor blended learning.

Doelgroep docenten & onderwijsassistenten

Docenten die blended lesgeven hebben hiervoor vaak zelf het wiel uitgevonden. Eén van mijn cursisten die al een aantal vakken blended had gemaakt noemde dit ‘blinded learning’. Hiermee aangevend dat het vaak zoeken is naar de ‘juiste blend’ en bijpassende ICT middelen en dat er veel moet worden geëxperimenteerd. Als de juiste blend dat uiteindelijk gevonden is en de lessen beginnen te lopen ontstaat er een cultuurverandering. Er is in de les echt tijd om te verdiepen op de stof en individueel met studenten te werken. Niveauverschillen tussen studenten zijn makkelijker aan te pakken omdat sneller duidelijk is wat die verschillen zijn. Het vinden van die juiste blend en studenten hierin meenemen vraagt een docent die gelooft in de kracht van blended learning en is getraind in het gebruik ervan. Als zij vervolgens hun best pactice met collega’s gaan delen is er grote kans dat het blended leren zich als een olievlek langzaam door de organisatie verspreid.

Doelgroep studenten & hun achterban

Voor studenten is blended learning vaak een verademing, al moeten ze er natuurlijk wel even aan wennen. Doordat een deel van de lesstof, huiswerk en oefeningen online plaatsvinden zijn ook de studenten minder afhankelijk van het klaslokaal en het rooster. De grootste kans ligt echter bij hun motivatie. Doordat blended leren een beroep doet op de zelforganisatie en autonomie van de student ontstaat er een verandering in hoe zij gemotiveerd zijn. Deci & Ryan (2000) maken een onderscheid tussen gecontroleerde motivatie en autonome motivatie. Hoe autonomer de motivatie is, hoe meer deze intrinsiek gereguleerd is. Studenten die zelf kunnen bepalen hoe ze hun studie inrichten, hierbij duidelijke instructie en eerlijke feedback krijgen, zijn succesvoller.

Door blended learning te ontwikkelen vanuit de behoefte van de studenten, kennis en kunde van de docenten en de mogelijkheden van het management, ontstaat een win-win-win situatie. Uiteraard is de afstemming tussen de doelgroepen van groot belang en niet altijd makkelijk. De grootste valkuil is echter om blended learning in te zetten als efficiëntieslag binnen de organisatie. Blended learning is niet bedoeld om ‘lean’ of ‘just in time’ onderwijs te creëren. Het is bedoeld om het onderwijs te verrijken en docenten in hun kracht te zetten!

Draagvlak voor blended ontwerpen en onderwijsontwikkeling

Foto: Albert Skibinski

Deze week kreeg ik een kijkje in de keuken van de opleiding Voeding & Diëtetiek van De Haagse Hogeschool. Zij zijn dit jaar gestart met een nieuw curriculum waarin activerend onderwijs centraal staat en blended learning dit mogelijk maakt. Bij het ontwerpen van het curriculum hebben zij ruim de tijd genomen voor visieontwikkeling, organiseren van de randvoorwaarden (rooster, ontwikkeluren, klassenindeling) en het creëren van draagvlak.

Draagvlak

Met ruim 50 docenten is draagvlak voor vernieuwing niet alleen onmisbaar, het is ook een uitdaging om dit te organiseren. Bij Voeding & Diëtetiek hebben ze ervoor gekozen iedereen de mogelijkheid te geven om mee te praten met de verschillende (deel)onderwerpen en gezamenlijk keuzes te maken. Dit alles heeft geresulteerd in een vernieuwend curriculum, waar een dedicated team 160 eerstejaars studenten thematisch en projectgestuurd laat leren.

Het organiseren van draagvlak is niet altijd vanzelfsprekend en er lijkt ook niet altijd tijd voor te zijn. Zeker bij blended learning zie ik docenten vaak een beetje ongemakkelijk kijken, soms zuchten en regelmatig afhaken door een telefoon of iets dergelijks erbij te pakken. Ook deze week hoorde ik een docent zeggen dat blended learning zo afstandelijk is en dat de zwakkere student dan niet meer mee kan komen. De misvatting dat blended learning een synoniem is voor e-learning is nog wijd verspreid.

Draagvlak creëren voor het gebruiken van blended learning komt vanuit drie basispunten:
1. Kennis over wat blended learning is en kan vergroten en verdiepen
2. Vaststellen hoe blended learning waarde kan toevoegen aan de lessen en het lesontwerp
3. Onzekerheid over de eigen ICT vaardigheden bespreekbaar maken

De manieren waarop een organisatie kan werken aan draagvlak en commitment zijn legio, maar dat het moet gebeuren staat als een paal boven water. We hebben de neiging om direct de inhoud in te gaan en te vergeten dat het onderwijs staat of valt met de mens voor de klas. Als deze mens zich niet thuis voelt in de vernieuwingen die zijn doorgevoerd, kan het onderwijs nooit beter worden.

Blended ontwerpen & Design Thinking

Het ontwerpen van een blended vak, blok en zelfs curriculum vraagt meer dan het toevoegen van en paar leuke tools. Mijn inziens is de basis voor vernieuwing het creëren van draagvlak en werken met een groep mensen die durft de experimenteren. Het gebruiken van design thinking als methode is hierbij zeer geschikt. Design thinking is een krachtige werkwijze waarbij experimenteren, fouten durven maken en zelfreflectie op het proces centraal staat.

Golden circle

golden circle

The Golden Circle van Sinek

In het onderwijs en tijdens trainingen verwachten we dat onze studenten open staan voor nieuwe ideeën, meebewegen met de mogelijkheden die nieuwe kennis geeft en gaan experimenteren met de vaardigheden die ze geleerd krijgen. Dit kunnen ze het best met een docent die net zo open en leergierig voor de klas staat als zijzelf en die gelooft in haar eigen onderwijsconcept. Om nog even ‘the Golden Circle’ van Sinek erbij te graaien het begint met de ‘why’ en daarna komt, bijna als vanzelf, de ‘how’ en ‘what’.

Let’s start at the very beginnning . . . . blended learning

Blended?

Blended learning, wat is dat nu eigenlijk? Als we de term netjes vertalen naar het Nederlands, dan staat er gemengd of gemixed leren en dat is het ook. Bij blended learning meng je verschillende werkvormen met elkaar tot een didactisch concept.

Als je het goed doet is blended learning activerend en helpen de diverse werkvormen de student om te leren, te oefenen en te verdiepen. ‘Maar dat is toch niets bijzonders’, hoor ik je denken, ‘doet het onderwijs dat niet al jaren?’ Dat klopt, het mengen van werkvormen in de klas en zelfs bij huiswerk is niet nieuw, het toevoegen van een digitaal component is dat wel.

Met de komst van websites, social media, apps en vooral mobiele apparaten die altijd en overal online kunnen, is het mogelijk het mixen van werkvormen dynamischer, interactiever en tijd- en plaats onafhankelijk te maken. Hiermee is er een wereld aan gemengd leren open gegaan die we blended learning zijn gaan noemen.

Blended learning gaat verder dan alleen het mengen van werkvormen. De term omvat ook het didactische concept waarin de werkvormen worden gegoten, de samenhang tussen online en offline leren die uiteindelijk voor activerend onderwijs zorgt.

De tijd waarin scholieren, studenten en werknemers bereidwillig urenlang in de schoolbanken zaten en naar de alwetende docent luisterden, ligt al lange tijd achter ons. Voor ons ligt een interactieve wereld waar de grens tussen online en offline steeds onduidelijker wordt en het kiezen van relevante kennis steeds belangrijker is. Blended learning sluit aan bij deze ontwikkeling en ontsluit een manier van leren die niet alleen toekomstproof is, maar ook leuk om te doen en te ontwikkelen!