Kan je e-learning gebruiken in het (voortgezet) onderwijs?

De afgelopen maanden heb ik verschillende e-learning modules ontwikkeld voor professionaliseringtrajecten van docenten en andere professionals. Deze modules gaan over specifieke en specialistische onderwerpen die een (klein) kennistekort oplossen of inspireren om meer te leren.

Multi inzetbaar

E-learning is een handige oplossing voor compacte kennisoverdracht, het starten van een onboarding traject of tijd en plaats onafhankelijke bijscholing. Daarnaast kan e-learning een krachtig leerelement zijn in een blended lesontwerp. E-learning is dus multi inzetbaar, maar is het ook geschikt voor het (voortgezet) onderwijs?

Jouw ervaringen?

Ik kan verschillende toepassingen van e-learning in het onderwijs bedenken, maar ik ben erg benieuwd naar hoe de praktijk is. Heb jij ervaring met het inzetten van e-learning bij jouw leerlingen of studenten? En wil je mij daar meer over vertellen?

Durf te vragen!

Wie maakt de e-learning modules, of koop je deze in? Met welke leeromgeving wordt de e-learning ondersteund? Hoe krijg je leerlingen en studenten zo ver dat ze de e-learning daadwerkelijk volgen en afronden? En hoe krijg je docenten geïnspireerd om de e-learning een krachtig onderdeel van de lessen te maken?

Ik ben heel benieuwd naar jouw oplossingen, ideeën en dilemma’s!

Flipping the Classroom nog steeds heel relevant!

Een blog over Flipping the Classroom? Is dat niet allang geweest en afgedaan? Volgens de blogger van DWVDO in ieder geval wel: `Flipping the Classroom is voorbij´. Als je deze blog leest, neem je wellicht de moeite om naar beneden te scrollen om daar te lezen dat ik het in ieder geval niet eens ben met de blogger.

De werkvorm Flipping the Classroom is inmiddels ‘al’ acht jaar oud, maar nog steeds heel waardevol. In deze infografic van Kennisnet wordt goed uitgelegd wat ‘Flipping’ is en hoe het toegepast wordt in het onderwijs.

Een veelgehoord probleem is de technische kant van deze werkvorm. Hoe maak je nu makkelijk en snel goede filmpjes en hoe maak je ze interactief? Hieronder heb ik een lijstje gemaakt van tools die je hiervoor kan gebruiken. Maar voordat je gelijk gaat klikken en proberen, wil ik eerst nog even een stapje terug doen. Het is namelijk lang niet altijd nodig je eigen video te maken. Er staat al zoveel online en vaak beter dan jij het zelf kan maken! En ook die filmpjes kan je interactief maken met onderstaande tools.

Zoek, zoek, zoek . . .

Het is niet perse nodig om zelf urenlang te zoeken naar de perfecte video. Laat jouw studenten dit doen met een goede zoek- en selectie opdracht als huiswerk. Hiermee sla je twee vliegen in een klap. Studenten leren beter en gerichter online zoeken en zien verschillende filmpjes over het gekozen onderwerp. In de les kan je er een aantal bekijken en met de klas de beste kiezen. Later kan je deze video gebruiken in een meer traditionele ‘Flip’.

Werkvormen met video

Video kan ook ingezet worden om studenten op het goede spoor te brengen en dan uit te dagen verder te denken en ontwikkelen. Bijvoorbeeld door een thema ter discussie te stellen en het filmpje te eindigen met een uitdaging aan de studenten om met argumenten te komen. Of door een belangrijk onderdeel van de instructie in een filmpje over te slaan en studenten te vragen hierover zelf een filmpje te maken. Of als creatieopdracht, bijvoorbeeld door een probleem te presenteren en de studenten te vragen dit op te lossen. Flipping the Classroom is meer geworden dan het verplaatsen van hoorcolleges naar kennisclips. Het kan ingezet worden als interactieve tool die opdrachten kan geven en verrijken.

Tools

Hieronder de lijst met tools die je kan gebruiken om Flip the Classroom mogelijk te maken. De opties per tool zijn heel verschillend en een aantal kunnen veel meer dan alleen filmpjes maken. Van de meeste tools is een gratis, eenvoudige, versie beschikbaar. Sommige tools zijn gratis voor het onderwijs.

Tool
Screencast
Video embedden
Bewerken
Interactie
Learning analystics
Screen-cast-o-matic
Ja
Nee
Beperkt
Nee
Nee
Powerpoint (opnemen)
Ja
Ja
Redelijk
Nee
Nee
Insert Learning (Chrome)
Ja, en nog veel meer
Ja
Nee
Ja
Nee
Ed Puzzle
Nee
Ja
Content toevoegen kan
Ja
Ja
PlayPosit
Nee
Ja
Content toevoegen kan
Ja
Ja
Camtasia
Ja
Nee
Ja, zeer uitgebreid
Nee
Nee
Quicktime (alleen voor Apple)
Ja
Nee
Zeker!
Nee
Nee
Screencastify
Ja
Nee
Beperkt
Nee
Nee

En dan nog twee sites waar je eenvoudig animatiefilmpjes kan maken. Deze vorm van video kan heel leuk en verfrissend zijn, maar is niet voor alle onderwerpen en instructies geschikt. Animatie wordt makkelijk te oppervlakkig en flauw. Je kan in ieder geval even kijken bij:

Vyond (voorheen GoAnimate) & Powtoon

Net als met alle werkvormen die ingezet kunnen worden in een blended lesontwerp, vraagt de inzet van ‘Flipping the Classroom’ om een goede aansluiting op de leerdoelen, doelgroep en de vakinhoud. Maak daarom voordat je filmpjes gaat maken, cureren of aanpassen eerst een goed blended ontwerp, zodat de kans op een succesvolle ‘Flip’ het grootst is!

Les geven met een e-book: The road to succes?

https://www.edumundo.nl/

Voorbeeld e-book Edumundo

En dan ga je met een e-book aan de slag in de les. Studenten lezen op hun device het boek, bekijken aanvullende filmpjes en lezen een verdiepend interview. Afsluitend maken ze individuele opdrachten. Het staat allemaal online, in een mooie omgeving, ideaal. Ze zijn voorbereid, hebben op hun favoriete medium kunnen studeren en dan komen ze naar mijn les.

E-Book

De afgelopen twee jaar heb ik les gegeven uit het e-book ‘Branding & Positionering’ van Boumans en van der Vorst, uitgegeven door Edumundo. Een goed boek, in een mooie online omgeving, altijd up to date en met een dashboard waarin ik kan zien wat mijn studenten doen. Wat een luxe, ik kan zien wat mijn studenten doen! Hoe lang ze lezen, wat ze lezen en hoe ze de opdrachten maken. Die learning analytics zijn toch wel een groot voordeel van leren online organiseren. Helaas zie ik ook dat de studenten helemaal niet lang bezig zijn met het boek, de opdrachten matigjes maken, kortom, zich er makkelijk vanaf maken. En dan komen ze naar mijn les.

Online vs gedrukt

Het grote voordeel van een e-book is dat het in een medium is gemaakt dat veel meer mogelijkheden biedt dat een gedrukt boek. Een e-book kan interactief, met beeld en geluid, ingericht worden. Het is makkelijk aan te vullen met actuele voorbeelden, linkjes naar relevante artikelen en biedt mogelijkheden voor online samenwerken. Het grote nadeel is dat studenten (blijkt uit onderzoek), minder goed leren van scherm dan van papier. Ook is het moeilijker overzicht over de stof te krijgen in een digitale omgeving, wat staat waar en waar was ik ook al weer gebleven? Een derde probleem is hoeveel stof je online kan aanbieden. In een boek is het makkelijker een model uitgebreid toe te lichten met veel tekst en plaatjes. Online veel lezen is niet ideaal, maar er kunnen wel filmpjes gebruikt worden. Aldus voorbereid komen ze naar mijn les.

In de les

In mijn dashboard heb ik gezien dat 70% van mijn klas zich redelijk heeft voorbereid. Ik heb de antwoorden op de vragen geïnventariseerd en vastgesteld wat wel en niet begrepen is. Ik heb sheets gemaakt om de moeilijke gedeeltes van de stof extra toe te lichten kortom, ik ben er klaar voor!

De eerste tien minuten van de les gaan op aan een klaagzang over wat wel en niet werkt in het e-book. De meeste problemen zijn minimaal en de helpdesk achter het e-book werkt prima, als studenten tenminste de moeite nemen die even te contacten. Overduidelijk moeten de studenten wennen aan deze nieuwe vorm van studeren.

Vervolgens moet ik toch aanhangig maken dat 30% van de aanwezigen hun werk niet heeft gedaan. Zonder in discussie te gaan over de reden van hun online afwezigheid, stel ik voor dat deze groep wel mee mag doen met het theoretische gedeelte van de les, maar tijdens het bespreken van de opdrachten deze elders moeten gaan maken. Onder enig gemor gaat de groep akkoord.

Nu aan de slag met de sheets. Ik verduidelijk de genoemde modellen in het boek en probeer de relevantie ervan uit te leggen. Ook heb ik nieuwe voorbeelden gezocht om een model daarop los te laten. Tot mijn schrik blijkt dat bijna niemand het model echt kan toepassen in een nieuwe situatie, maar ze hebben de stof toch gelezen en de opdrachten gedaan? Ter plekke besluit ik een deel van het e-book te herhalen in de les: Ik zet ze achter hun device, laat ze de stof weer lezen en toepassen op mijn case. Lopend door de klas geef ik feedback en uitleg. Uiteindelijk heb ik geen tijd meer om de opdrachten te bespreken, of de 30% studenten die niets hebben gedaan weg te sturen. Het zweet staat mij op de rug en van verdiepend lesgeven bovenop het e-book is vandaag geen sprake geweest.

Reflectie op de les en onderwijsvorm

Deze lesbeschrijving is van een jaar geleden, uiteraard was ik niet tevreden over hoe de les verliep en de rol van de studenten hierin. Werken met een e-book heeft mijn inziens grote meerwaarde, maar het vraagt wel de nodige verandering van het lesontwerp. Samen met de schrijvers van het e-book is een nieuw lesontwerp gemaakt dat de lessen zinvoller en meer verdiepend heeft gemaakt. De lessen zijn helemaal project gestuurd geworden. Door geen theorie meer uit te leggen in de les, maar studenten met hun eigen project aan het werk te zetten, wordt er veel intensiever met de modellen en theorie gewerkt. De theorie staat immers prima uitgelegd in het boek, studenten moeten echter de moeite nemen om goed te lezen en toe te passen.

Het klassikale gedeelte van de les bestaat nu uit een korte terugkoppeling van de learning analytics, uitleg over de structuur van de les en tijd voor studentvragen. Hierna gaan de projectgroepen aan de slag. Ik volg ze online en via korte consults. Aan het einde van de les haal ik iedereen nog even bij elkaar om samen te vatten wat we hebben gedaan en waar de leerpunten nog liggen. Om dit mogelijk te maken zijn de bijeenkomsten twee keer zo lang geworden (drie klokuur) en ook dusdanig ingeroosterd.

Online leren impliceert een zekere mate van zelfredzaamheid en vaak ook meer begrip van de stof. Mijn ervaring is dat dit, zeker in het begin, intensief begeleid moet worden door de docent. Net als dat docenten zoeken naar de beste blended lesvormen, zoeken studenten naar de beste blended leervormen. Door dit met studenten te bespreken kan al veel gewonnen worden, zij kunnen goed uitleggen wat wel en niet werkt voor hen en waarin ze nog kunnen ontwikkelen. Werken met een e-book is een flinke transformatie en vraagt echt andere lessen. Met ons nieuwe lesontwerp is het vak Branding & Positionering een succes, stijgt de studentwaardering en sta ik weer relaxed in de klas!

Blended ontwerpen voor trainers

Afgelopen maandag gaf ik een gratis workshop aan drie trainers, acht voorgezet onderwijs docenten en een docent basisonderwijs. Behalve dat ik keihard aan het werk was om iedereen een waardevolle workshop te geven, viel mij de grote verschillen op tussen de ontwerpprocessen van de docenten en trainers. Ik had dit al eerder ervaren tussen verschillende trainingen, maar nu ik beide doelgroepen bij elkaar had werd mij het volgende duidelijk:

Docenten hebben meer tijd

blended design canvas

Blended ontwerp docenten

Zo ervaren docenten dit echter niet. De werkdruk in het onderwijs is zeer hoog en er is weinig ruimte om nieuwe dingen te ontwikkelen. De lessen moeten immers gewoon doordraaien en daar zit gek genoeg ook de tijdswinst. Een docent heeft tijd om te experimenteren, een keer een wat minder goede les te hebben en in een verloren middag het een en ander uit te werken. Een trainer, en zeker een zelfstandige trainer, heeft die luxe niet. Elke training moet goed lopen en zinvol zijn om de klant tevreden te stellen om een vervolg opdracht mogelijk te maken. De commerciële wereld is een stuk strenger als het gaat om ‘herhaalaankopen’ en het geven van een goede recensie.

Omzet vs leerdoelen

blended design canvas

Blended ontwerp trainers

Omzet en leerdoelen, niet echt tegengestelden van elkaar, maar wel in het onderwijs. Voor docenten speelt omzet geen rol, schoolleiders en managers zijn hier mee bezig en in het klaslokaal gaat het om de inhoud. Daarom is het ook veel natuurlijker, en soms makkelijker, voor docenten om in leerdoelen te denken bij het maken van een lesontwerp. Trainers moeten wel nadenken over omzet, leerdoelen lijken minder relevant en output des te meer.

Trainen is geen lesgeven

Karin de Galan (2015) definieert trainen als ‘het stimuleren van verandering van gedrag, vaardigheden en overtuigingen bij deelnemers’. Marjolein Ploegman en Wim de Bie (2008) schrijven dat een docent leiding geeft aan het leerproces en dat doet door het geven van opdrachten en begeleiden van het proces om de opdracht te maken. John Hattie (2012) beschrijft excellente leraren als mensen die hun vakkennis en leservaring dusdanig geïntegreerd hebben dat zij een optimaal leerklimaat kunnen creëren, feedback kunnen geven en geloven dat hun leerlingen succes kunnen hebben. Deze laatste beschrijving zou, wat mij betreft, ook op moeten gaan voor een trainer, desondanks is trainen niet hetzelfde als lesgeven. Een trainer richt zich in eerste instantie op het veranderen van gedrag en ontwikkelen van vaardigheden, het overdragen van kennis is daaraan ondergeschikt. Bij een docent is dit meestal andersom. En een ander belangrijk verschil, een trainer heeft zeer beperkte tijd om zijn doelen te halen.

Ontwerpen voor trainers

Wat betekent het bovenstaande voor het ontwerpen van blended trainingen? Een aantal punten:

  1. Leerdoelen zijn heel schools, maar erg nuttig voor een trainer. Als het woord leerdoelen wordt ervaren als een ‘jeukterm’ dan mag je het van mij ook ‘SMART geformuleerde output’ noemen.
  2. Het ontwerp moet down-to-earth zijn en gericht op de korte termijn. Juist voor een trainer zijn quick wins van groot belang. Met positieve ervaringen en feedback kan de training verder blended vorm gegeven worden voor de lange termijn.
  3. Online leren faciliteren is van groot belang. Juist doordat trainers minder de nadruk leggen op kennisoverdracht, kan hier in een e-learning wel aandacht aan worden besteed. Daarnaast, en nog belangrijker, is het mogelijk om online leergemeenschappen te creëren die het effect van de training vergroten, verlengen en plaats onafhankelijk maken.

En wat levert een goede blended training met een e-learning op? Juist omzet, en dat is niet onbelangrijk voor een trainer!

Methodieken & tools voor blended onderwijs

Gisteren presenteerde SURF/SIG Blended Learning een infografic over hun onderzoek naar ‘Methodieken & tools voor blended onderwijs’. Het onderzoek is gebaseerd op een kleine 100 respondenten en geeft een beeld van de stand van zaken van blended learning in het hoger onderwijs. Ondanks dat de onderzochte groep niet erg groot is, herken ik bijna alles wat in de infografic staat.

tools

Bron afbeelding: www.surf.nl

Aantal tools

Opvallend vind ik het vrij kleine aantal tools dat gebruikt wordt. Ondanks dat er vele tools beschikbaar zijn, is het helemaal niet handig heel veel verschillende te gebruiken. De mogelijkheden van online tools overlappen elkaar vaak en met veel tools om te gebruiken verlies je het overzicht over de kenmerken, wachtwoorden en hoe het in de les ingezet kan worden. Daarnaast zitten in de ELO’s (elektronische leeromgeving) ook de nodige tools.

 

Methodiek

methodieken

Bron afbeelding: www.surf.nl

Uit het onderzoek blijkt ook dat de meeste docenten geen specifieke methodiek gebruiken om een blended lesontwerp te maken. Gezond verstand en experimenteren is de basis voor de meeste ontwerpen, advies hierbij is wel om zorg te dragen voor een stevige didactische grondslag. Op de Haagse Hogeschool wordt The Blended Learning Puzzle gebruikt en zelf gebruik ik het Blended Design Canvas. Beide methodes zijn gebaseerd op de Taxonomie van Bloom en Constructive Alignment.

Canvas

Afgelopen week heb ik het canvas gebruikt om met een trainingsbureau een blended ontwerp te maken. Juist omdat trainers (vaak) geen onderwijsachtergrond hebben en wel een duidelijke omzetdoelstelling, werkt het canvas goed om in een middag een praktisch blended ontwerp te maken dat direct in de markt gezet kan worden. Ook voor trainers zijn online onderwijstools erg interessant en meestal gratis. Inmiddels is het (technisch) helemaal niet meer moeilijk om een kort filmpje te maken ter ondersteuning van een training, een quiz te maken of deelnemers te vragen bij te dragen aan een wiki. Meer over blended ontwerpen voor trainers in mijn volgende blog, ergens volgende week!

Ontwerpen met het Blended Design Canvas

Blended Design CanvasGoed onderwijs start met een goed lesontwerp, dit geldt natuurlijk ook voor blended learning. Voor het maken van een (gewoon) lesontwerp zijn verschillende methodes beschikbaar. Voor een blended lesontwerp is er nu het Blended Design Canvas (ontwikkeld door Blend It). In deze blog geef ik uitleg over het canvas en wat het kan opleveren.

Met wie

Het vullen van het canvas kan het beste in teamverband gedaan worden, hierdoor ontstaat betrokkenheid en kan je gebruik maken van de gezamenlijke kennis en ervaring van het team. Het canvas kan gezien worden als een brainstormtool en is zeer geschikt om een goed gesprek te voeren over jullie onderwijs en trainingen.

Huidige situatie

Het ontwerpproces start met het in kaart brengen van de huidige situatie. Hierbij staan twee vragen centraal: Waarom wil je aan de slag met blended learning en welke doelen heb je? Als dit duidelijk is kan geïnventariseerd worden welke kennis en mogelijkheden er al in huis zijn en wat je nog mist. Door de huidige situatie in kaart te brengen worden de verwachtingen van blended learning in het team duidelijk en start iedereen vanuit hetzelfde punt.

Visie, doelgroep en leerdoelen

Het is belangrijk om de visie op jullie onderwijs en op leren expliciet te maken en eventueel te verbinden aan blended learing. Samen met een heldere doelgroepomschrijving en de leerdoelen voor de training of module, ontstaan hiermee de uitgangspunten van het ontwerp. Het Blended Design Canvas helpt je de leerdoelen helder en eenduidig uit te werken en koppelt deze aan de Taxonomie van Bloom.

Constructive Alignment

De leerdoelen, de nog te bedenken blended werkvormen en de toets moeten elkaar versterken en ondersteunen. Als een leerdoel is geformuleerd op het niveau ‘toepassen’ van Bloom, dan moeten de werkvormen en de toets hier ook op aansluiten, dan ontstaat er ‘constructive alignment’ en wordt elke lesactiviteit relevant voor de student. Ook is de kans groter dat de toets betrouwbaar en valide is.

Randvoorwaarden

Naast de inhoudelijke keuzes die elk lesontwerp nodig heeft, zijn er ook nog bepalende randvoorwaarden. In het canvas breng je deze eenvoudig in kaart, zodat iedereen weet binnen welke grenzen het lesontwerp gemaakt moet worden. Hiermee voorkom je prachtige ontwerpen die niet uitvoerbaar blijken vanwege geld, tijd of bijvoorbeeld ruimtegebrek.

Werkvormen & tools

Als duidelijk is wat de basis is van het ontwerp kan de module daadwerkelijk ingevuld worden. Met behulp van werkvormen-kaartjes ga je met het team de lessen online en offline inrichten (zie afbeeldingen). De truc is om alle lesactiviteiten op elkaar af te stemmen, zodat deze elkaar versterken en een logisch vervolg zijn op het voorgaande. Dit vraagt het nodige puzzelen, schuiven, aanpassen, etc.  Met het maken van het ontwerp worden vragen beantwoord zoals: Welke rBlended Design Canvasol speelt e-learning in de face-to-face lessen? Welke werkvormen zijn zo activerend dat de studenten zonder moeite alleen verder studeren? En, hoe organiseer je online intervisiegroepen?

Het ontwerp is klaar!

Als alle elementen van het canvas zijn ingevuld ligt er een training of lesmodule die verder uitgewerkt en uitgevoerd kan worden. Dit resultaat geeft veel voldoening en is waardevol voor de teamspirit. De taken kunnen nu verdeeld worden, docenten gaan lessen maken, ICT-ers zorgen voor de juiste tools en het management voor tijd en ruimte om het ontwerp mogelijk te maken.

Het Blended Design Canvas is een praktische tool waarmee je een blended lesontwerp maakt waar het hele team achter kan staan. Wil je ervaren wat het canvas kan doen? Meld je dan z.s.m. aan voor een workshop door te mailen naar joanne@blendit.nu.

Hoe ICT vaardig moet je zijn voor blended learning?

Blended learning gaat over het mixen van activerende werkvormen en het inzetten van online tools. Het vormgeven van lessen is de taak van de docent, niet van de ICT-er van de school, maar waar ligt de grens, hoe ICT vaardig moet een docent zijn?

ICT-er

ICT vaardig

Foto van Julian Prokaza

Als niet-ICT-er was ik erg voorzichtig met het inzetten van online tools en heb ik enorm gepuzzeld met het maken van zinvolle kennisclips. Nu vier jaar later ben ik veel zekerder over wat je wel en niet moet doen bij het gebruiken van online tools en andere ICT middelen, maar ben ik zeker geen ICT-expert.

Vaardigheden

Welke vaardigheden moet je hebben als docent of trainer om jouw lessen blended te maken? Nou, als eerste een dosis gezond verstand. De meeste applicaties zijn zo gemaakt dat je vrij snel snapt wat je moet doen. Het tweede wat je daarom goed moet kunnen is: lezen. Klinkt een beetje flauw, maar over het algemeen wordt goed uitgelegd wat je moet doen bij help-knoppen en vraagteken-icoontjes. En als laatste, durf te experimenteren, je leert tenslotte het meest van je eigen fouten en successen. De kans dat je het hele internet laat crashen is niet zo heel groot ?.

Online tools kunnen geïntegreerd zijn in een online leeromgeving zoals Blackboard en N@tschool. Op Blackboard is het bijvoorbeeld mogelijk een forum aan te maken, webinars in te zetten of een toets aan te bieden. Veel onderwijstools worden buiten een online leeromgeving aangeboden en zijn op zichzelf staande applicaties. Voorbeelden zijn Socrative (zie mijn vorige blog), Screenchomp en Pitch2Peer.

Tools

Educatieve tools die niet zijn gekoppeld aan een leerplatform vragen meestal het volgende van je:

  1. Aanmelden met een docentenaccount, dus van je eigen school. De applicatie ‘checkt’ of je echt een docent bent en je krijgt een account. Ben je niet verbonden aan een onderwijsinstelling? Dan kan je vaak ook een gratis account aanvragen, of voor een klein maandelijks bedrag.
  2. Maak een eigen profiel aan, bepaal zelf hoeveel je van jezelf wil prijsgeven (foto, persoonlijke gegevens).
  3. Volg de ‘tour’. Meestal krijg je een korte uitleg over de tool en hoe je deze kan gebruiken.

En dan? Gebruik de tool direct, als je je aanmeldt en vervolgens de tool niet gebruikt, dan vergeet je wat je wachtwoord was, hoe de tool werkt en misschien zelfs waarom je jezelf überhaupt hebt aangemeld. Ik maak direct een eenvoudige opdracht in de tool en nodig mijzelf uit om met mijn mobiele telefoon de opdracht te maken. Ik zie dan wat studenten zien en hoe ze moeten inloggen. Vervolgens test ik mijn eigen opdracht, soms vraag ik ook collega’s om mee te doen.

Online leeromgeving

Als je een tool gebruikt uit de eigen online leeromgeving, dan kan je gelijk aan de slag. Ik heb veel ervaring met Blackboard, een zeer uitgebreide leeromgeving, maar helaas ook erg complex. Voordat ik in Blackboard een nieuwe tool uitprobeer zoek ik naar (ervarings-) deskundigen die mij sneller naar het gewenste resultaat kunnen helpen, dan mijn eigen geëxperimenteer. Het grote voordeel van de eigen online leeromgeving is veiligheid. Alle gegevens van betrokken studenten en docenten zijn afgeschermd en je hoeft je (als het goed is) geen zorgen te maken over de nieuwe AVG wet.

Blended ontwerp

Voordat je echter vol enthousiasme allerlei tools gaat uitproberen, vraag jezelf eerst af waarom je ze inzet. Het is leuk om de mobiele telefoon in de klas te gebruiken en de studenten uit te dagen online samen te werken, maar het is geen doel op zich. Een online tool kan een werkvormen verrijken en verruimen, niet vervangen.

Het succes van blended learning staat of valt met een goed ontwerp. Hiervoor moet je kennis hebben van verschillende werkvormen en bijpassende tools. Wil je hier meer over leren? Meld je dan aan voor de Workshop Blended Learning op 4 juni in Den Haag. Wil je wel meer leren, maar kan je de 4de niet? Ik kom graag langs, bij jou op school of trainingsbureau, stuur dan een mailtje naar Joanne@blendit.nu.

Online tools nader bekeken: Socrative in diverse werkvormen

Als je een blended lesontwerp maakt, dan is het handig om te weten wat er allemaal kan, van werkvormen tot online tools. Daarom leg ik in deze blog/vlog uit hoe je de tool Socrative slim kan inzetten in de les. Ik beschrijf een aantal werkvormen waarin Socrative gebruikt wordt en ik heb een filmpje gemaakt met uitleg over waar je moet klikken.

Wat is Socrative

socrativeOp de site www.socrative.com staat het volgende: ‘Socrative is your classroom app for fun, effective classroom engagement. No matter where or how you teach, Socrative allows you to instantly connect with students as learning happens.’ Wat de app kan is makkelijk en snel quizjes afnemen in én buiten de klas op elk soort device (laptop, mobiel, tablet). Daarnaast kan de docent meekijken met de resultaten en deze makkelijk terugkoppelen aan de groep of een individu.

Leerdoelen en Socrative

Deze tool gebruik ik om voorkennis te activeren en om te toetsen of studenten de aangereikte stof hebben begrepen. Als we dit koppelen aan de taxonomie van Bloom (zie ook mijn vorige blog) dan zijn we bezig op de niveaus van onthouden, begrijpen en een beetje toepassen. Wat het werken met deze tool leuk maakt is de mogelijkheid om een zekere competitie in de klas te creëren, ofwel er een spelletje van te maken. Vorige week heb ik tijdens een presentatie over het puberbrein geleerd dat bij jongeren tot 23 jaar het ‘spelende brein’ een belangrijke rol speelt bij het activeren van het leren.

Tutorial ‘Hoe werkt Socrative?’

Werkvormen met Socrative


Warming Up

Doel van de werkvorm: Voorkennis activeren
Moment: Aan het begin van de les
Tijd: 15 minuten
Groepsvorm: Individueel

Voorbereiding: Maak in Socrative (zie fimpje) 10 tot 15 vragen over de stof waarvan je de voorkennis wil activeren, bijvoorbeeld lesstof uit een eerdere periode of relevant vakgebied. Je kan ook persoonlijke voorkennis activeren, door vragen te stellen over waar de student nu staat, wat zijn mening is over een onderwerp of welke plannen hij heeft.
Afhankelijk van het onderwerp dat je kiest kan je meerkeuze-, ja/nee vragen of open vragen stellen. Het nadeel van open vragen is wel dat deze moeilijk automatisch na te kijken zijn, daarom zijn ze minder geschikt voor deze werkvorm.

Werkwijze: Vraag de studenten hun boeken weg te leggen, laptop dicht te klappen en smartphone erbij te pakken. Vraag ze naar www.socrative.com te gaan en dan te kiezen voor ‘student login’ en jouw ‘roomname’ (zie filmpje) in te vullen. Hierna vullen ze hun eigen naam in en maken ze de quiz. Via ‘results’ kan jij de voorgang van de quiz zien. Als iedereen alle vragen heeft beantwoord bespreek je klassikaal de resultaten.

Wat levert het op:

  • Studenten vinden het leuk om testjes en quizjes te doen, zeker als dat op de telefoon kan.
  • Iedereen is ‘geland’ in jouw klas en onderwerp, waardoor er meer focus en interesse ontstaat.
  • Je hebt inzicht gekregen in wat de voorkennis van de studenten is, en je kan het verloop van de les daaraan aanpassen.
  • Je kan ervoor kiezen om werkgroepjes te maken aan de hand van de resultaten. Bijvoorbeeld als je vragen hebt gesteld over een interessegebied of hoe ver ze zijn in een bepaald project.

Cooling Down

Doel van de werkvorm: Begrip toetsen
Moment: Aan het einde van de les
Tijd: 10 minuten
Groepsvorm: Individueel

Voorbereiding: Maak in Socrative 10 tot 15 vragen over de stof die je in de les hebt behandeld.

Werkwijze: Gebruik de laatste 10 minuten van de les om studenten de quiz te laten maken over de stof van die les. Je stelt de quiz in op ‘instant feedback’ (zie filmpje), hierdoor bepaalt de student hoe snel hij door de vragen gaat. Als alle vragen zijn beantwoord mag de student weg, er is dan geen centrale afsluiting van de les. Je bespreekt de antwoorden op dit moment niet na. De volgende les start je met het bespreken van de antwoorden van de quiz. Je hebt dit uiteraard vooraf al bekeken en je les zo ingericht dat je dat deel van de stof van de vorige les, dat niet goed is begrepen kan herhalen en aanvullen.

Wat levert het op:

  • Je geeft studenten de mogelijkheid om zelf te toetsen of zij de stof begrepen hebben.
  • Je creëert een stukje vrijheid en autonomie door studenten zelf te laten bepalen wanneer ze uit de les weg gaan.
  • Je krijgt inzicht in het leerrendement van de les.
  • De volgende les kan je met de resultaten voorkennis activeren, herhalen en moeilijk gebleken stof nogmaals uitleggen.

Space Race I

Doel van de werkvorm: Kennis en begrip toetsen & activeren
Moment: In de laatste les van een blok/onderwijsperiode/leerroute
Tijd: 30 minuten
Groepsvorm: Groepjes van 4 of 5 studenten

Voorbereiding: Maak in Socrative 20 tot 30 vragen over de stof die je de afgelopen periode hebt behandeld. Je kan deze quiz zien als een oefententamen. Zet vervolgens de quiz klaar als Space Race, dit is een handige spelvorm van Socrative waarin je studenten als groep laat inschrijven en dus ook als groep de vragen moeten beantwoorden.

Werkwijze: Kies een goed moment in de les om de Space Race te spelen, dit levert de nodige onrust en energie op, dus wellicht na een kort hoorcollege of film. Vraag de studenten om groepjes te maken. Als je de quiz klaarzet bepaal jij al het aantal groepen, de groepsgrootte en zie je welke kleuren er zijn. Zet de kleurkeuzes op het bord, of verdeel ze zelf onder de groepjes. Zet eventueel een timer neer om de groepjes te dwingen binnen de tijd te antwoorden en speel de quiz. Hierna kan je een winnaar uitroepen en de vragen nabespreken.

Wat levert het op:

  • Een leuk energiek spel waarbij alle studenten zich betrokken voelen.
  • Groepsgesprekken over de stof.
  • De mogelijkheid om moeilijke stof nogmaals te behandelen.

Space Race II

Deze werkvorm kent nog een variatie:
Laat de studenten zelf de vragen van de Space Race maken als huiswerk. Deze vragen mailen ze (ruim) voor de les naar de docent. De docent controleert de vragen en zet ze in Socrative, in het filmpje leg ik uit hoe je dit snel en makkelijk kan doen. Vervolgens verloopt de werkvorm zoals hierboven beschreven.

socrativeIn de week voor het tentamen kan je deze quiz, met vragen over alle behandelde stof, opnieuw open zetten in Socrative, maar dan als ‘gewone’ quiz. Studenten kunnen dan thuis inloggen en de quiz individueel maken als tentamentraining. Dit kan je ook doen met de (samengevoegde) korte quizjes uit de andere werkvormen. Belangrijk is dat je de voorwaarden van de quiz zo instelt als op deze afbeelding. Dan bepaalt de student het tempo en krijgt hij direct feedback op de antwoorden.

Succes!! Ik hoor graag hoe het is gegaan en als je een andere werkvorm wil delen!

Een tool voor elk leerdoel

Tijdens mijn trainingen over blended learning krijg ik vaak vragen over welke online tool geschikt is voor welk leerdoel. Helaas is deze vraag niet zo makkelijk te beantwoorden. Er is een wereld aan online educatieve tools beschikbaar, sommigen zijn fantastisch en anderen een teleurstelling.

Ook leerdoelen komen in alle soorten en maten. Het is daarom handig leerdoelen in te delen met een taxonomie (een methode om leerniveaus en de cognitieve ontwikkeling in algemene zin te classificeren). De taxonomie van Bloom wordt veel gebruikt omdat deze hogere en lagere leerniveaus èn eenvoudige en complexe kennis onderscheidt (Knevel, 2013).

Online tool

Maar goed, een tool voor elk leerdoel? Online tools passen vaak heel goed bij een specifieke lesactiviteit, en die lesactiviteit draagt bij dan bij aan het halen van het leerdoel. Bijvoorbeeld:

En de samenhang met een taxonomie van Bloom? Als je wilt dat studenten het leerdoel leren op het niveau van onthouden, doe een quiz. Is het leerdoel gericht op toepassen, dan is Padlet een goede tool. Als je wilt dat studenten zelf gaan creëren, laat ze dan een animatie maken met www.powtoon.com of www.goanimate.com.

Online tools zijn een goede manier om werkvormen te verrijken en breder inzetbaar te maken dan alleen in de klas. Je kan een online tool namelijk ook inzetten bij een huiswerkopdracht. Ik vraag mijn studenten een complex onderwerp uit te leggen met een infographic, gemaakt in Pictochart.

Het gebruiken van een tool betekent dat je een eigen account moet aanmaken en vervolgens leert hoe de tool werkt. Bij de ene tool gaat dit heel snel, zoals Socrative, een andere vraagt wat meer tijd (Padlet). Ze hebben allemaal een gratis versie, zodra je een abonnement neemt, krijg je toegang tot meer opties om het gebruik van de tool te verrijken en te delen.

En dan nog een laatste tip: ‘Less is more’, gebruik liever een of twee tools echt goed, dan meerdere tools half. Niets is zo vervelend (en gênant) als je een tool niet lekker in de vingers hebt en je staat te stuntelen voor de klas. Het zinvol inzetten van blended learning hangt nauw samen met het gebruik van goede online tools. Ze maken het mogelijk online en offline activiteiten te verbinden, studenten te laten samenwerking en het onderwijs te verrijken.