Kan je e-learning gebruiken in het (voortgezet) onderwijs?

De afgelopen maanden heb ik verschillende e-learning modules ontwikkeld voor professionaliseringtrajecten van docenten en andere professionals. Deze modules gaan over specifieke en specialistische onderwerpen die een (klein) kennistekort oplossen of inspireren om meer te leren.

Multi inzetbaar

E-learning is een handige oplossing voor compacte kennisoverdracht, het starten van een onboarding traject of tijd en plaats onafhankelijke bijscholing. Daarnaast kan e-learning een krachtig leerelement zijn in een blended lesontwerp. E-learning is dus multi inzetbaar, maar is het ook geschikt voor het (voortgezet) onderwijs?

Jouw ervaringen?

Ik kan verschillende toepassingen van e-learning in het onderwijs bedenken, maar ik ben erg benieuwd naar hoe de praktijk is. Heb jij ervaring met het inzetten van e-learning bij jouw leerlingen of studenten? En wil je mij daar meer over vertellen?

Durf te vragen!

Wie maakt de e-learning modules, of koop je deze in? Met welke leeromgeving wordt de e-learning ondersteund? Hoe krijg je leerlingen en studenten zo ver dat ze de e-learning daadwerkelijk volgen en afronden? En hoe krijg je docenten geïnspireerd om de e-learning een krachtig onderdeel van de lessen te maken?

Ik ben heel benieuwd naar jouw oplossingen, ideeën en dilemma’s!

Waarom het zo belangrijk is om SAMEN onderwijs te ontwerpen

Foto’s: Mirabai Vosteen

Afgelopen vrijdag (24 mei) heb ik twee workshops gegeven tijdens het Future Teacher 3.0 Congres in Brussel. In beide workshops gingen we blended lesmodules ontwerpen, met twee verschillende ontwerptools: De Blended Learning Puzzle (Haagse Hogeschool) en het Blended Design Canvas (Blend It). Met meer dan 30 deelnemers zaten de workshops helemaal vol en zijn er zeer diverse ontwerpen gemaakt.

Samen praten

Het Canvas en de Puzzle zijn zo gemaakt dat de ontwerpgroep met elkaar in gesprek gaat over de uitgangspunten van hun onderwijs. Tijdens een congres is dat best een spannend gesprek, omdat de deelnemers elkaar (nog) niet kennen. Ook tussen docenten die al jaren samenwerken gaat dat niet altijd vanzelf. Daarom is het zo belangrijk om met elkaar een ontwerp te maken: je neemt de tijd om na te denken over jouw visie op leren en daar samen consensus over te bereiken. Hetzelfde gebeurt op het moment dat je de doelgroep definieert. Je werkt wellicht al jaren met de zelfde groep leerlingen en door ze uitgebreid te beschrijven ontstaan er weer nieuwe inzichten.

Taxonomie kiezen

Het Blended Design Canvas vraagt de ontwerpers leerdoelen te formuleren met behulp van de (herziene) Taxonomie van Bloom. Van de Vlaamse congresbezoekers in Brussel begreep ik dat Bloom landelijk wordt ingevoerd in het middelbaar onderwijs, en dat dat voor sommige scholen een flinke omslag betekent. Ik zie Bloom niet als de enige juiste taxonomie, wat ik wel belangrijk vind is dat docenten ‘iets’ gebruiken om goede leeruitkomsten te schrijven en daardoor ze echt goed weten wat ze hun doelgroep willen helpen leren. Ook hierbij geldt weer: samen ontwerpen zorgt voor een stevige didactische basis.

Team up!

Een van de deelnemers aan de workshop vroeg hij het Canvas kan gebruiken in een hele kleine school, waar er geen sprake is van vakgroepen. Ik raadde hem aan om wel in een team te ontwerpen, omdat een collega van een ander vak heel verfrissende inzichten kan hebben. Hetzelfde geldt voor ontwerpen samen met je doelgroep, de leerlingen en zelfs ouders. Zij hebben misschien geen didactische achtergrond, maar ze zijn wel ervaringsdeskundig! Juist door samen met leerlingen te ontwerpen ontstaat er draagvlak en eigenaarschap.

Procesbegeleider

procesbegeleider

Werken met een ontwerptool zoals het Blended Design Canvas, in het onderwijs wordt steeds populairder en dat is niet voor niets. Onderwijs ontwerpen kan een heel abstract proces zijn, met een tool zijn de stappen duidelijk en is het proces overzichtelijk. Het is aan te raden om een procesbegeleider erbij te betrekken die, los van de inhoud de vaart erin houdt, knopen doorhakt en de vervolgstappen vast legt. Uiteraard ben ik jou daarbij graag van dienst, in een halve dag kunnen we al veel bereiken!

Over de grenzen van jouw klaslokaal

Samen onderwijs ontwerpen levert meer op dan een reeks mooie lessen. Samen met collega’s heb je opnieuw nagedacht over de onderwijsvisie, jouw doelgroep en uitvoerbare leeruitkomsten. De toets past waarschijnlijk nog beter bij het onderwijs en vooral, je hebt het samen gedaan. Het is soms (te) makkelijk om onderwijs te beperken tot wat er in jouw klaslokaal gebeurd. Door over de grenzen van jouw vak, klas en rooster te kijken ontstaat er mooi onderwijs waar iedereen, docenten, leerlingen en ouders, de schouders onder willen zetten.  

Vruchten plukken en nieuwe zaadjes planten

Een jaar geleden ben ik begonnen met Blend It en is mijn freelance avontuur gestart. Ik ben bij verschillende opdrachtgevers aan de slag met het ontwikkelen van innovatief en relevant leren voor professionals en docenten. Dit jaar heb ik zoveel geleerd en ontwikkeld, ik weet beter wat ik met Blend It wil en nu kan ik de vruchten plukken en nieuwe zaadjes planten.

Mijn kracht en passie ligt bij het ontwikkelen van innovatieve leerproducten, voor het onderwijs of organisaties, die passen bij de context, doelgroep en leervraag. Samen met docenten wil ik een werkvorm ontwikkelen die morgen in de klas gebruikt kan worden. Met L&D professionals wil ik een e-learning neerzetten die in korte periode een belangrijk kennistekort oplost. Of met een sociaal werker een spel maken die diverse doelgroepen en standpunten bij elkaar brengt.

Als ondernemer is het vinden van de match tussen vraag en aanbod een grote uitdaging (er zijn niet voor niets zoveel marketingbureaus in Nederland). Maar ook voor scholen en organisaties is het niet altijd makkelijk een adviseur, trainer of meedenker te vinden die echt het verschil maakt.

Nou daar is ‘ie dan: Ik kan het verschil maken! Voor jouw school en jullie trainingen. En niet omdat ik het antwoord heb op alle vragen, maar omdat ik passie heb voor innovatief leren en daarmee docenten en trainers kan inspireren. Tuurlijk kan ik ook van alles uitleggen en aanleren, ik ben tenslotte een juf, maar de kern ligt bij de uitwisseling en samen nieuwe leerproducten, lessen en trainingen ontwikkelen.

Wil je weten hoe ik dat doe en wat ik voor jou kan betekenen? Laten we snel koffie drinken en hierover praten. Laten we elkaar inspireren voor (nog) beter onderwijs en professionele ontwikkeling met een duurzaam effect.


Een leven lang leren, is scholing ook geschikt voor docenten?

scholing

Bron: The landscape of learning

We zijn weer begonnen! En ik ben vol in de wereld van de docentprofessionalisering gedoken. Waar ik eerst ‘alleen’ een training blended learning gaf bij De Haagse Hogeschool, mag ik nu ook andere cursussen en leergangen coördineren. De hogeschool stroomt vol met studenten, docenten en goede voornemens voor dit schooljaar.  Ook de scholing voor docenten, ondersteunend personeel en leidinggevenden is opgestart met de nodige inwerkprogramma´s en een mooi cursusaanbod voor het komende schooljaar.

Primaire proces

Als onderdeel van het primaire proces, dus als docent, zag ik een heel andere kant van de organisatie dan op de plek waar ik nu zit bij HRM. Mijn werkritme als docent werd bepaald door het rooster, lesvoorbereiding, vergaderen en oh ja, de administratie. Nu ik niet direct betrokken ben bij dit proces, zie ik een hele andere kant van de Haagse Hogeschool, waar hard gewerkt wordt aan lange en complexe beleidslijnen, nagedacht wordt over de groei en ontwikkeling van de school als geheel en waar interne communicatie veel aandacht vraagt. Daarom denk ik daar nu ook over na en zoek ik naar de beste manier om docenten aan het  leren te krijgen.

Motivatie

Wat motiveerde mij om (weer) een cursus of opleiding te gaan doen? En hoe zorgde ik ervoor dat er tijd voor was? Ik vind het heerlijk in een klas te gaan zitten en te leren van een expert, op een voor mij relevant vakgebied. Ik voel mij snel verbonden met het onderwerp en ik wil de opdrachten zo optimaal mogelijk maken. Én ik zorgde ervoor dat mijn leidinggevende wist dat ik een (eeuwige) opleidingsbehoefte heb. Ik heb een groepje mensen om mij heen, die dezelfde drive voelen, maar ook een grotere groep die helemaal geen zin heeft om (formeel) te gaan leren. Waar komen die verschillen toch vandaan en hoe kan ik docenten motiveren om zich verder te ontwikkelen?

Leerstrategieën

Deze blog is meer een overpeinzing dan een wetenschappelijk onderbouwd verhaal, maar ik denk dat iedereen wil leren, en dat de manier waarop zeer bepalend is. Ik vind het leuk om formeel, in de klas, georganiseerd in een cursus of iets dergelijks, te leren. Anderen willen juist liever ‘on the job’ met directe feedback leren en ontwikkelen. Mijn inziens is het verder ontwikkelen van performance support voor docenten een grote kans voor de hogeschool en eigenlijk de meeste organisaties. Een andere vorm is het sociaal leren, ook hier zie ik grote kansen voor bijna elke organisatie. Leren van je peers en het uitwisselen van je fouten en successen is zeer effectief. Feedback lijkt toch wel het toverwoord te zijn bij (sociaal) leren, en hierin zijn allerlei variaties mogelijk: expert feedback, peer feedback, geschreven feedback, zelfreflectie etc.

E-learning

En dan hebben we nog e-learning. . . online, interactief en on demand leren lijkt de ideale oplossing. Zeker als er een sterk sociaal aspect in het e-learning programma is opgenomen. Ik denk dat e-learning modules een grote kans zijn voor docentprofessionalisering, mits deze geborgd zijn in het gehele onderwijsprogramma. E-learning werkt minder goed als deze alleen wordt gebruikt om de ‘winkel’ te vullen. Het vraagt, net zoals een gewone cursus, een sterk didactisch en blended plan.

Tijd

Ondanks dat docenten wel willen leren, zitten de (online) cursussen en leernetwerken niet elke periode vol. Er speelt namelijk nog een belangrijke factor, die altijd weer terugkomt: tijd . . . Het kost tijd om te leren en het geleerde te verwerken. Het is aan de docent om deze tijd te vragen, de leidinggevende moet het vrijmaken en dan moet er ook echt actie ondernomen worden. Ik heb vaak genoeg gezien dat scholingsuren toch opgaan aan het ontwikkelen van een nieuwe module, begeleiden van een afstudeerder of een ander project. Dat is ook allemaal heel belangrijk, maar scholing heeft een lange termijn effect, dat uiteindelijk waardevoller is dan het oplossen van ad hoc taken.

Scholing

Ik ben docent omdat ik leren zo belangrijk vind, niet alleen voor studenten, maar juist ook voor mijn collega’s. Jezelf verder ontwikkelen en professionaliseren vraagt tijd en moeite, geeft daarnaast voldoening en zorgt ervoor dat de kwaliteit van het werk beter wordt. En soms is het ook goed om even student te zijn, pas op de plaats te maken en aan je eigen ontwikkeling te werken. Dat geeft een frisse blik op je eigen praktijk en de motivatie om (nog) beter te worden in dat wat je doet!

Diplomauitreiking

diploma

Vandaag mag ik voor het laatst een diploma Commerciële Economie uitreiken bij De Haagse Hogeschool. Vanaf 1 september ben ik geen vakdocent meer, maar docentopleider, adviseur blended learning en trainer.

Diploma’s uitreiken is voor elke docent een jaarlijks terugkerend cadeautje. De studenten die ik mag toespreken heb ik vier jaar lang begeleid bij hun studievoortgang, geholpen om slimme studiekeuzes te maken en obstakels te overwinnen. Maar ik moet mijn rol als SLB-er (Studie Loopbaan Begeleider) niet te groot maken. ‘Mijn’ studenten zijn prima in staat de regie te nemen over hun studie, ook al kiezen ze zeer verschillende paden. Er wordt veel gesproken over gepersonaliseerd leren en hoe dit geïmplementeerd moet worden. In de praktijk zie ik dit al jaren gebeuren, de studenten doen dit gewoon zelf. Elke keer maken zij weer de keuze voor studie, werk of privé, waar en hoe ze leren en hoeveel ze erin wensen te investeren. Niet elke keuze pakt even succesvol uit, maar ook dat is leerzaam.

Als ze dan op dat podium staan en ik mag ze toespreken, dan zie ik een student staan die van puber is uitgegroeid tot beginnend beroepskracht. Graag geef ik ze hun verdiende HBO diploma en geniet ik mee van hun succesmoment. Nog even de trotse ouders en vrienden de hand schudden en de kersverse bachelors bestormen de markt en deze keer ga ik met ze mee!

Les geven met een e-book: The road to succes?

https://www.edumundo.nl/

Voorbeeld e-book Edumundo

En dan ga je met een e-book aan de slag in de les. Studenten lezen op hun device het boek, bekijken aanvullende filmpjes en lezen een verdiepend interview. Afsluitend maken ze individuele opdrachten. Het staat allemaal online, in een mooie omgeving, ideaal. Ze zijn voorbereid, hebben op hun favoriete medium kunnen studeren en dan komen ze naar mijn les.

E-Book

De afgelopen twee jaar heb ik les gegeven uit het e-book ‘Branding & Positionering’ van Boumans en van der Vorst, uitgegeven door Edumundo. Een goed boek, in een mooie online omgeving, altijd up to date en met een dashboard waarin ik kan zien wat mijn studenten doen. Wat een luxe, ik kan zien wat mijn studenten doen! Hoe lang ze lezen, wat ze lezen en hoe ze de opdrachten maken. Die learning analytics zijn toch wel een groot voordeel van leren online organiseren. Helaas zie ik ook dat de studenten helemaal niet lang bezig zijn met het boek, de opdrachten matigjes maken, kortom, zich er makkelijk vanaf maken. En dan komen ze naar mijn les.

Online vs gedrukt

Het grote voordeel van een e-book is dat het in een medium is gemaakt dat veel meer mogelijkheden biedt dat een gedrukt boek. Een e-book kan interactief, met beeld en geluid, ingericht worden. Het is makkelijk aan te vullen met actuele voorbeelden, linkjes naar relevante artikelen en biedt mogelijkheden voor online samenwerken. Het grote nadeel is dat studenten (blijkt uit onderzoek), minder goed leren van scherm dan van papier. Ook is het moeilijker overzicht over de stof te krijgen in een digitale omgeving, wat staat waar en waar was ik ook al weer gebleven? Een derde probleem is hoeveel stof je online kan aanbieden. In een boek is het makkelijker een model uitgebreid toe te lichten met veel tekst en plaatjes. Online veel lezen is niet ideaal, maar er kunnen wel filmpjes gebruikt worden. Aldus voorbereid komen ze naar mijn les.

In de les

In mijn dashboard heb ik gezien dat 70% van mijn klas zich redelijk heeft voorbereid. Ik heb de antwoorden op de vragen geïnventariseerd en vastgesteld wat wel en niet begrepen is. Ik heb sheets gemaakt om de moeilijke gedeeltes van de stof extra toe te lichten kortom, ik ben er klaar voor!

De eerste tien minuten van de les gaan op aan een klaagzang over wat wel en niet werkt in het e-book. De meeste problemen zijn minimaal en de helpdesk achter het e-book werkt prima, als studenten tenminste de moeite nemen die even te contacten. Overduidelijk moeten de studenten wennen aan deze nieuwe vorm van studeren.

Vervolgens moet ik toch aanhangig maken dat 30% van de aanwezigen hun werk niet heeft gedaan. Zonder in discussie te gaan over de reden van hun online afwezigheid, stel ik voor dat deze groep wel mee mag doen met het theoretische gedeelte van de les, maar tijdens het bespreken van de opdrachten deze elders moeten gaan maken. Onder enig gemor gaat de groep akkoord.

Nu aan de slag met de sheets. Ik verduidelijk de genoemde modellen in het boek en probeer de relevantie ervan uit te leggen. Ook heb ik nieuwe voorbeelden gezocht om een model daarop los te laten. Tot mijn schrik blijkt dat bijna niemand het model echt kan toepassen in een nieuwe situatie, maar ze hebben de stof toch gelezen en de opdrachten gedaan? Ter plekke besluit ik een deel van het e-book te herhalen in de les: Ik zet ze achter hun device, laat ze de stof weer lezen en toepassen op mijn case. Lopend door de klas geef ik feedback en uitleg. Uiteindelijk heb ik geen tijd meer om de opdrachten te bespreken, of de 30% studenten die niets hebben gedaan weg te sturen. Het zweet staat mij op de rug en van verdiepend lesgeven bovenop het e-book is vandaag geen sprake geweest.

Reflectie op de les en onderwijsvorm

Deze lesbeschrijving is van een jaar geleden, uiteraard was ik niet tevreden over hoe de les verliep en de rol van de studenten hierin. Werken met een e-book heeft mijn inziens grote meerwaarde, maar het vraagt wel de nodige verandering van het lesontwerp. Samen met de schrijvers van het e-book is een nieuw lesontwerp gemaakt dat de lessen zinvoller en meer verdiepend heeft gemaakt. De lessen zijn helemaal project gestuurd geworden. Door geen theorie meer uit te leggen in de les, maar studenten met hun eigen project aan het werk te zetten, wordt er veel intensiever met de modellen en theorie gewerkt. De theorie staat immers prima uitgelegd in het boek, studenten moeten echter de moeite nemen om goed te lezen en toe te passen.

Het klassikale gedeelte van de les bestaat nu uit een korte terugkoppeling van de learning analytics, uitleg over de structuur van de les en tijd voor studentvragen. Hierna gaan de projectgroepen aan de slag. Ik volg ze online en via korte consults. Aan het einde van de les haal ik iedereen nog even bij elkaar om samen te vatten wat we hebben gedaan en waar de leerpunten nog liggen. Om dit mogelijk te maken zijn de bijeenkomsten twee keer zo lang geworden (drie klokuur) en ook dusdanig ingeroosterd.

Online leren impliceert een zekere mate van zelfredzaamheid en vaak ook meer begrip van de stof. Mijn ervaring is dat dit, zeker in het begin, intensief begeleid moet worden door de docent. Net als dat docenten zoeken naar de beste blended lesvormen, zoeken studenten naar de beste blended leervormen. Door dit met studenten te bespreken kan al veel gewonnen worden, zij kunnen goed uitleggen wat wel en niet werkt voor hen en waarin ze nog kunnen ontwikkelen. Werken met een e-book is een flinke transformatie en vraagt echt andere lessen. Met ons nieuwe lesontwerp is het vak Branding & Positionering een succes, stijgt de studentwaardering en sta ik weer relaxed in de klas!

Blended learning, voor wie doe je het eigenlijk?

doelgroepVaak als ik vertel over blended learning en het inzetten van ICT in het onderwijs kijken mensen bezorgd en vragen zij zich af of dat geen docentenbanen kost. Diezelfde zorg hoorde ik ook van hulpverleners die meer online wilden gaan doen: neemt ‘het internet’ ons onze banen af?
Gelukkig kan ik hierop volmondig NEE zeggen. Blended learning verrijkt het onderwijs en hopelijk ook het werk van hulpverleners, maakt ons werk soms complexer, maar ook veel flexibeler en tijd en plaats onafhankelijker. Dat klinkt allemaal prachtig, maar voor wie doen we dat eigenlijk? Hieronder breng ik de verschillende doelgroepen en hun belangen in kaart.

Doelgroep schoolleiders & managers

Het blended maken van onderwijs creëert de mogelijkheid om online een deel van de lessen (vaak kennisoverdracht) weg te zetten. Met slim gemaakte kennisclips, korte hoorcolleges, artikelen, quizjes en andere content kunnen studenten in hun eigen tempo en op een locatie van hun keuze de stof leren. Managers vinden dat een goed idee want dat creëert lucht in het rooster en het gebouw, staat goed op het CV van de school en geeft docenten de mogelijkheid om op een andere manier les te geven. Daar staat echter wel tegenover dat het ontwikkelen van goed blended onderwijs vraagt om bijscholing van de docenten, investering in de ICT infrastructuur van de school en een breed draagvlak voor blended learning.

Doelgroep docenten & onderwijsassistenten

Docenten die blended lesgeven hebben hiervoor vaak zelf het wiel uitgevonden. Eén van mijn cursisten die al een aantal vakken blended had gemaakt noemde dit ‘blinded learning’. Hiermee aangevend dat het vaak zoeken is naar de ‘juiste blend’ en bijpassende ICT middelen en dat er veel moet worden geëxperimenteerd. Als de juiste blend dat uiteindelijk gevonden is en de lessen beginnen te lopen ontstaat er een cultuurverandering. Er is in de les echt tijd om te verdiepen op de stof en individueel met studenten te werken. Niveauverschillen tussen studenten zijn makkelijker aan te pakken omdat sneller duidelijk is wat die verschillen zijn. Het vinden van die juiste blend en studenten hierin meenemen vraagt een docent die gelooft in de kracht van blended learning en is getraind in het gebruik ervan. Als zij vervolgens hun best pactice met collega’s gaan delen is er grote kans dat het blended leren zich als een olievlek langzaam door de organisatie verspreid.

Doelgroep studenten & hun achterban

Voor studenten is blended learning vaak een verademing, al moeten ze er natuurlijk wel even aan wennen. Doordat een deel van de lesstof, huiswerk en oefeningen online plaatsvinden zijn ook de studenten minder afhankelijk van het klaslokaal en het rooster. De grootste kans ligt echter bij hun motivatie. Doordat blended leren een beroep doet op de zelforganisatie en autonomie van de student ontstaat er een verandering in hoe zij gemotiveerd zijn. Deci & Ryan (2000) maken een onderscheid tussen gecontroleerde motivatie en autonome motivatie. Hoe autonomer de motivatie is, hoe meer deze intrinsiek gereguleerd is. Studenten die zelf kunnen bepalen hoe ze hun studie inrichten, hierbij duidelijke instructie en eerlijke feedback krijgen, zijn succesvoller.

Door blended learning te ontwikkelen vanuit de behoefte van de studenten, kennis en kunde van de docenten en de mogelijkheden van het management, ontstaat een win-win-win situatie. Uiteraard is de afstemming tussen de doelgroepen van groot belang en niet altijd makkelijk. De grootste valkuil is echter om blended learning in te zetten als efficiëntieslag binnen de organisatie. Blended learning is niet bedoeld om ‘lean’ of ‘just in time’ onderwijs te creëren. Het is bedoeld om het onderwijs te verrijken en docenten in hun kracht te zetten!

Draagvlak voor blended ontwerpen en onderwijsontwikkeling

Foto: Albert Skibinski

Deze week kreeg ik een kijkje in de keuken van de opleiding Voeding & Diëtetiek van De Haagse Hogeschool. Zij zijn dit jaar gestart met een nieuw curriculum waarin activerend onderwijs centraal staat en blended learning dit mogelijk maakt. Bij het ontwerpen van het curriculum hebben zij ruim de tijd genomen voor visieontwikkeling, organiseren van de randvoorwaarden (rooster, ontwikkeluren, klassenindeling) en het creëren van draagvlak.

Draagvlak

Met ruim 50 docenten is draagvlak voor vernieuwing niet alleen onmisbaar, het is ook een uitdaging om dit te organiseren. Bij Voeding & Diëtetiek hebben ze ervoor gekozen iedereen de mogelijkheid te geven om mee te praten met de verschillende (deel)onderwerpen en gezamenlijk keuzes te maken. Dit alles heeft geresulteerd in een vernieuwend curriculum, waar een dedicated team 160 eerstejaars studenten thematisch en projectgestuurd laat leren.

Het organiseren van draagvlak is niet altijd vanzelfsprekend en er lijkt ook niet altijd tijd voor te zijn. Zeker bij blended learning zie ik docenten vaak een beetje ongemakkelijk kijken, soms zuchten en regelmatig afhaken door een telefoon of iets dergelijks erbij te pakken. Ook deze week hoorde ik een docent zeggen dat blended learning zo afstandelijk is en dat de zwakkere student dan niet meer mee kan komen. De misvatting dat blended learning een synoniem is voor e-learning is nog wijd verspreid.

Draagvlak creëren voor het gebruiken van blended learning komt vanuit drie basispunten:
1. Kennis over wat blended learning is en kan vergroten en verdiepen
2. Vaststellen hoe blended learning waarde kan toevoegen aan de lessen en het lesontwerp
3. Onzekerheid over de eigen ICT vaardigheden bespreekbaar maken

De manieren waarop een organisatie kan werken aan draagvlak en commitment zijn legio, maar dat het moet gebeuren staat als een paal boven water. We hebben de neiging om direct de inhoud in te gaan en te vergeten dat het onderwijs staat of valt met de mens voor de klas. Als deze mens zich niet thuis voelt in de vernieuwingen die zijn doorgevoerd, kan het onderwijs nooit beter worden.

Blended ontwerpen & Design Thinking

Het ontwerpen van een blended vak, blok en zelfs curriculum vraagt meer dan het toevoegen van en paar leuke tools. Mijn inziens is de basis voor vernieuwing het creëren van draagvlak en werken met een groep mensen die durft de experimenteren. Het gebruiken van design thinking als methode is hierbij zeer geschikt. Design thinking is een krachtige werkwijze waarbij experimenteren, fouten durven maken en zelfreflectie op het proces centraal staat.

Golden circle

golden circle

The Golden Circle van Sinek

In het onderwijs en tijdens trainingen verwachten we dat onze studenten open staan voor nieuwe ideeën, meebewegen met de mogelijkheden die nieuwe kennis geeft en gaan experimenteren met de vaardigheden die ze geleerd krijgen. Dit kunnen ze het best met een docent die net zo open en leergierig voor de klas staat als zijzelf en die gelooft in haar eigen onderwijsconcept. Om nog even ‘the Golden Circle’ van Sinek erbij te graaien het begint met de ‘why’ en daarna komt, bijna als vanzelf, de ‘how’ en ‘what’.