Kan je e-learning gebruiken in het (voortgezet) onderwijs?

De afgelopen maanden heb ik verschillende e-learning modules ontwikkeld voor professionaliseringtrajecten van docenten en andere professionals. Deze modules gaan over specifieke en specialistische onderwerpen die een (klein) kennistekort oplossen of inspireren om meer te leren.

Multi inzetbaar

E-learning is een handige oplossing voor compacte kennisoverdracht, het starten van een onboarding traject of tijd en plaats onafhankelijke bijscholing. Daarnaast kan e-learning een krachtig leerelement zijn in een blended lesontwerp. E-learning is dus multi inzetbaar, maar is het ook geschikt voor het (voortgezet) onderwijs?

Jouw ervaringen?

Ik kan verschillende toepassingen van e-learning in het onderwijs bedenken, maar ik ben erg benieuwd naar hoe de praktijk is. Heb jij ervaring met het inzetten van e-learning bij jouw leerlingen of studenten? En wil je mij daar meer over vertellen?

Durf te vragen!

Wie maakt de e-learning modules, of koop je deze in? Met welke leeromgeving wordt de e-learning ondersteund? Hoe krijg je leerlingen en studenten zo ver dat ze de e-learning daadwerkelijk volgen en afronden? En hoe krijg je docenten geïnspireerd om de e-learning een krachtig onderdeel van de lessen te maken?

Ik ben heel benieuwd naar jouw oplossingen, ideeën en dilemma’s!

Leren is . . .

leren is

Als we het hebben over leren weet iedereen gelijk wat je bedoelt. Leren doen we tenslotte allemaal en (bijna) voortdurend. Toch is de ‘en wat heb je ervan geleerd’-vraag, vaak nog helemaal niet zo makkelijk te beantwoorden. Ook hoe je iets hebt geleerd is niet altijd zo makkelijk uit te leggen. Mijn kinderen zeggen dan ‘ nou, dat weet ik nu gewoon’ en volwassenen komen vaak met een uitgebreid, ietwat wollig verhaal over hoe het leerproces tot stand is gekomen (zeker bij docenten).

Leren is . . .

De afgelopen twee weken heb ik met een breed scala aan mensen gesproken over leren en wat leren mogelijk maakt. Hieruit maak ik op dat leren:

  1. Nog niet zo makkelijk te definiëren is.
  2. Mensen het moeilijk vinden om te accepteren en begrijpen dat jouw leervoorkeur niet voor iedereen geldt.
  3. Wat je zou moeten leren bepaald wordt door de normen en waarden van de organisatie waarin je werkt, van schoolklas tot onderzoeksteam, en daardoor een politieke lading krijgt.

Leren wordt vaak vertaald in ‘de waarheid vertellen’ aan mensen die dit nog niet weten. Nu is ook de waarheid een nogal ingewikkeld concept, waar we voorlopig nog niet over uitgepraat zijn. Doordat leren zo dagelijks is en in veel organisaties de kreten ‘een leven lang leren’, ‘de lerende professional’ en ‘investeren door te leren’, je om de oren vliegen, lijkt het leren zelf nauwelijks meer zichtbaar te zijn.

Leren vs doceren

Bij het overdragen van kennis en vaardigheden om je werk goed te kunnen doen, krijg je gratis de leervoorkeur en waarheid van de trainer mee. Hier is op zich niets mis mee, maar de trainer moet zich hier wel bewust van zijn, en in staat zijn zich te kunnen verplaatsen in het leerproces van de ander. Ik denk dat dit bij een professionele trainer wel snor zit, maar bij een inhoudsdeskundige die zijn of haar onderwerp leerbaar wil maken, is dit niet direct zo. De kunst is, volgens mij, om een verschil te maken tussen leren (actie van de deelnemer) en doceren (actie van de trainer) en die twee met elkaar in balans te brengen.

Ontwerpen

Ik ben dol op het maken van leerontwerpen en ga graag om de tafel met docenten en trainers om het mooiste blended lesontwerp te maken. Ik heb inmiddels geleerd dat het ontwerp dat we samen maken niet het belangrijkste eindproduct is van de sessie, maar het gesprek dat we hebben gevoerd over leren en leren mogelijk maken. Ik denk dat het van groot belang is, in het ontsluiten van kennis en vaardigheden en verder verbeteren van het onderwijs, dat we praten over wat leren is. Hierover ervaringen uitwisselen en heilige huisjes onderzoeken.

Heilige huisjes

Een van mijn heilige huisjes stond deze week ook te schudden op zijn grondvesten. Ik sprak een docent die er stellig van overtuigd was dat zijn hoorcolleges een hoog leerrendement opleveren. Ik ben/was er zeker van dat hoorcolleges niet meer van deze tijd zijn, maar hij wist mij duidelijk te maken dat met een goed verhaal, op de juiste manier verteld, een hoorcollege nog steeds grote waarde kan hebben. En ja, als hij het zo vertelt, dan ben ik het met hem eens. We zijn (als mensen) erg gevoelig voor verhalen, in alle culturen, religies en gemeenschappen spelen verhalen een belangrijke rol om te leren en te delen. Als een hoorcollege inhaakt op deze traditie, dan verdient het een plek in het onderwijs.

Van ‘onbewust onbekwaam’ naar ‘bewust bekwaam’

Kortom, het gesprek over hoe we leren en welke leerinterventies het beste werken is nooit af. Juist door hierover te praten en uit te wisselen leren we van elkaar en kan het volgende leerproduct nog mooier en effectiever worden. Door professionals bij dit gesprek te betrekken die geen docent of trainer zijn, wordt de opbrengst groter en relevanter. Wellicht kunnen we dan groeien van ‘onbewust onbekwaam’ naar ‘bewust bekwaam’ als het gaat over leervoorkeuren en de balans tussen doceren en leren!

Voordat je gaat schilderen eerst, schuren, plamuren, schoonmaken . . .

schilderenDit zei ik tijdens de ‘Learning Failures United 2018’, georganiseerd door aNewspring. We deelden verhalen over ‘major disasters’ tijdens het implementeren van (e-)learning oplossingen.

Rode lijn door alle verhalen was dat het elke keer toch moeilijk blijkt om goed in te schatten hoe de doelgroep gaat reageren op jouw leeroplossing. De ‘learning failures’ varieerden van miscommunicaties met de afdeling ICT, tot het verkeerd inschatten van de bedrijfscultuur.

Learning failures

Mijn casus ging over het trainen van een aantal docenten in het maken van kennisclips voor hun nieuw ontworpen module. Ik dacht dat ze graag hun onderwijs wilden vernieuwen, want de intake met de sectieleider was zo enthousiast en vol ambitie. Tijdens de training merkte ik al snel dat lang niet alle docenten op de nieuwe lesmodule zaten te wachten en zich al helemaal niet relaxed voelden bij het maken van kennisclips over hun hoorcolleges. De overgang van het ene medium (klassikaal lesgeven) naar het andere medium (film) was eigenlijk veel te groot voor ze. Resultaat was een moeizame training met twijfelachtige kennisclips als eindresultaat.

Leren

En wat ik hiervan geleerd heb? Je moet eerst schuren, plamuren, polijsten, schoonmaken et cetera, voordat je kan gaan schilderen. Eigenlijk had ik met alle docenten vooraf moeten praten over hun verwachtingen en behoeftes rondom het ontwikkelen van de nieuwe module. Wellicht had ik daarmee veel meer draagvlak en een meer op maat training kunnen geven. Helaas is het niet altijd mogelijk om dergelijk voorwerk te doen, dus moet ik ook in trainingen waar dit niet kan, meer tijd en ruimte creëren voor het bouwen aan draagvlak.

Andere voorbeelden

Een ander mooi voorbeeld vond ik de case waarin de L&D adviseur een praktische memo-trainer had ontwikkeld waar veel behoefte aan was, maar die niemand ging doen. En waarom niet? Omdat de begeleidende mail niet de juiste tone-of-voice bleek te hebben. Pas toen medewerkers persoonlijk werden gewezen op de memo-trainer werd deze goed gevolgd en positief geëvalueerd.

Of die case waarbij de doelgroep gratis de e-learning mocht volgen in ruil voor feedback. De feedback was echter zo overweldigend negatief dat het hele concept in een keer de prullenbak in kon. Prototyping met de doelgroep kan heel waardevol zijn, maar het feedback proces moet wel zo ingericht worden dat de ontvanger het constructief kan inzetten bij de verbetering van het product.

Kwetsbaar opstellen

De ervaringsdeskundigen die zo dapper waren hun mislukkingen openhartig te delen konden rekenen op een welgemeend applaus en blikken van herkenning. Het lijkt gek om in een relatief onbekende groep jouw (grootste) fouten te presenteren, maar het tegengestelde was waar. Er ontstond direct een vertrouwelijke, ons-kent-ons sfeer, want wie heeft er nou geen fouten gemaakt? Dit alles resulteerde in vele openhartige gesprekken waarin kennis werd gedeeld en nieuwe contacten gelegd. Daar waar ik bij presentaties over Best Practises nog wel eens jaloerse opmerkingen of fatalistische uitingen hoor zoals, ‘bij ons is dat idee echt niet haalbaar’, was daar nu geen sprake van. We leren echt heel veel van onze fouten en deze avond was daar een goed voorbeeld van!

Gamedidactiek & Blended Learning: A ‘match made in heaven’!

Gamedidactiek

gamesAfgelopen week had ik het genoegen om samen met Martijn Koops een training te geven aan leidinggevenden in het (hoger) onderwijs. Martijn is expert op het gebied van gamedidactiek, ik weet het nodige van blended learning en het resultaat was een dynamische, actieve en inhoudelijke bijeenkomst.

Face-to-face

Wat mij opviel in de gesprekken met de deelnemers aan de training en ook eerder deze week tijdens de SURF onderwijsdagen, is dat de uitdagingen bij blended learning verschoven lijken te zijn van het oplossen van technische uitdagingen, naar het zinvol invullen van de face-to-face tijd met de studenten. Iedereen is er ondertussen wel van overtuigd dat het geven van lange hoorcolleges zinloos is. Een korte frontale instructie of verdieping op de stof kan heel nuttig zijn, maar anderhalf uur lang luisteren naar een expert is niet meer van deze tijd. Maar ja, wat moet je dan in die anderhalf uur doen, als je maar vijftien minuten frontaal les geeft?

Activerende didactiek

Activerend lesgeven is het toverwoord bij blended learning en gamedidactiek geeft daar een zeer krachtige invulling aan. Martijn Koops presenteerde een aantal werkvormen die ‘low-tech’ zijn en diep leren mogelijk maken. De deelnemers aan de training speelden de games en leerden in korte tijd wat gamedidactiek is, waren zeer betrokken en gingen onderling in gesprek over het onderwerp. En wij als trainers konden rustig toekijken en genieten van een succesvolle werkvorm.

Natuurlijk kwam de vraag hoeveel werk het is om de games voor te bereiden. Nu ja, veel werk dus, zoals dat eigenlijk bij alle activerende werkvormen het geval is waarmee deelnemers een langere tijd bezig moeten zijn. Het fijne is echter, dat je een goed spel maar een keer hoeft te ontwerpen, daarna is deze heel vaak te hergebruiken. ‘Gewoon even de speelkaarten uit de kast halen en het een en ander printen en mijn les is voorbereid’, zei Martijn hierover.

Ontwerpen

Moet iedereen dan nu spellen gaan bedenken en in elkaar knutselen? Ik denk het niet, anderen zijn je al voorgegaan en beter goed gejat (met bronvermelding), dan slecht bedacht. Google maar eens op ‘educational games’, ‘activerende werkvormen’ en ‘gamedidactiek’ en je vind zeer diverse soorten werkvormen, voor elke doelgroep en elke les.

Het leuke aan activerende werkvormen zoals games is dat je aan de inhoud van de lesstof niet zoveel veranderd, maar wel aan de vorm. Door de lesstof op een andere manier aan te bieden en creatief te herhalen, worden de lessen leuker en het leren dieper. Studenten die hier geen zin in hebben kunnen altijd gewoon thuisblijven en het boek lezen, theorie zullen ze dan niet missen, oefenen, herhalen en een leuke les wel.

Tips

Hoe worden werkvormen activerend? Ik noem een paar simpele manieren om een lesactiviteit actief te maken. Wellicht een open deur, maar het hoeft niet moeilijk te zijn:

  • Laat studenten elkaars werk nakijken en scoren. Punten hoeven niet altijd verdiend te worden met het juiste antwoord, je kan ook bepaalde woorden in een zin of formules in een antwoord punten geven.
  • Gebruik bij een case een canvas om de uitwerking op te schrijven of te tekenen, hang deze op in de klas en bespreek ze met elkaar.
  • Gebruik een timer. Op het moment dat een klok op het scherm de tijd weg tikt, ontstaat er een ‘game’ sfeer en gaat alles net een stukje intensiever en sneller.
  • Bedenk prijzen die er toe doen, zoals informatie over de aankomende toets, minder huiswerk of een nieuwe uitdagende werkvorm.
  • Transformeer een oud pak speelkaarten tot gamekaarten door er stickers met opdrachten op te plakken, van kennisvragen tot ‘quests’ buiten het klaslokaal.

Blended learning

Als je ‘blend’ zo is ingericht dat de kennis online wordt overgedragen, dan is de tijd in de klas het ideale moment om te verdiepen, misconcepten te herkennen en recht te zetten en de stof tot leven te brengen. Feedback geven en krijgen kan online ingericht worden (bijvoorbeeld met Feedbackfruits), en in de klas kan je hier verder mee aan de slag gaan. Bij het ontwerp moet je ook rekening houden met wat er praktisch kan in de klas en hoeveel je mag verwachten van de voorbereiding van de studenten op de les. Blended learning is daarmee meer dan het bedenken en inzetten van games. Het invullen van de face-to-face tijd met de studenten kan echter met slimme educatieve spellen een stuk leuker en effectiever worden!

Succes en game on!

De werkvorm ‘Denken’

De Denker

De Denker van Rodin

Hoe vaak denk jij per uur, per dag, per week? Hoeveel tijd besteden we aan nadenken over ons werk, privéleven of studie? En hoeveel tijd gunnen we elkaar om te denken?

Leerstijl

Als ik een test voor de leerstijlen van Kolb invul, dan kom ik zeker uit op de ‘Doener’. Of in het jargon van Vermunt, de ‘Toepassingsgerichte stijl’. En volgens de Belbin groepsrollentest blijk ik een ‘Bedrijfsman’. Ondanks dat ik nog geen doorslaggevend bewijs heb gevonden voor leerstijlen of geloof in het resultaat van elk internettestje, zie ik toch een trend. Ik ben een aanpakker, ik houd van uitdagingen en ik probeer nieuwe ideeën liever gelijk uit dan dat ik er lang over nadenk.

Mede daardoor zit m’n hoofd vol ideeën, plannen, kortlopende acties en lange termijn strategieën. Met elk idee waar ik blij van word ga ik aan de slag, lange termijn ideeën schrijf ik ergens op. Als ik kijk naar de lessen en trainingen die ik ontwerp, dan viert ‘het doen’ de boventoon. Lezen en nadenken is verplaatst naar thuis achter de computer en in de groep gaan we aan de slag. Lekker activerend, gelijk toepassen van de theorie, oefenen en de dag vliegt voorbij.

Zaag

Abraham Lincoln zei ooit: “Als ik acht uur zou hebben om een boom om te hakken, zou ik zes uur besteden aan het slijpen van de zaag.” Niet echt een uitspraak van deze tijd misschien, maar wel iets om (jawel) over na te denken. Eigenlijk heb ik de werkvorm ‘nadenken’ nooit echt overwogen in mijn lessen. Met alle werkvormen die ik gebruik vorm ik het denken en duw ik de studenten een bepaalde denkrichting in, maar laat ik ze echt nadenken?

Een tijd terug mocht ik meedoen aan een Socratisch gesprek. Dat was best een eyeopener! Waar ik normaal op het puntje van mijn stoel zit om mijn zegje te doen, was de actie nu luisteren, samenvatten en dan pas je zegje doen, zonder in discussie te gaan met de andere sprekers. Kortom, de taak was: nadenken, en wat gebeurde er? Ik kwam tot diverse nieuwe inzichten en ontdekkingen over mijzelf en mijn groepsgenoten.

Denken in de trein

De afgelopen weken heb ik veel met de trein gereisd, de ultieme plek om even lekker Facebook te checken, appjes te sturen en een foto te uploaden. Ik was niet de enige met dat idee, 90% van de mensen die ik zag in de trein of op het perron, keken naar hun beeldscherm. Is dat erg? Geen idee, sommige onderzoeken zeggen van wel, anderen kunnen niets aantonen. Op het moment dat ik de telefoon weg moest leggen, omdat de batterij leeg was, viel mij op hoe mooi het buiten is en hoe lekker het is je gedachten even de vrije loop te laten.

Cocoonen

De nazomer is zo ongeveer voorbij en de tijd van knus binnen ‘cocoonen’ komt er weer aan. Tijd om over het jaar na te denken en nieuwe plannen te maken? Misschien houd ik het deze keer alleen bij denken. Er zit zoveel in mijn hoofd, daar hoeft even geen nieuw plan meer bij. Liever ga ik wat meer de diepte in. Eén actie zet ik wel op mijn ‘to do – list’: de werkvorm denken toevoegen aan mijn blended lesontwerpen. Wat gaat er gebeuren als ik de cursisten een half uur laat nadenken? In een Socratisch gesprek, of alleen? Zonder beeldscherm, pen, post-its en andere afleiders?

Ik ga het gelijk uitproberen! Oh . . . weer een actie, ik ben hardleers, maar ik ga het toch doen, denk ik.

Kennis en vaardigheden delen in een organisatie

delen-social-media

Bron: www.ttmcommunicatie.nl

Wat drijft mensen om kennis en ervaringen te delen of dat juist niet te doen? Vorige week sprak ik hierover met Ilya van Marle, professioneel kijker en gepassioneerd over kennisdelen. Waar de ene organisatie een top-down benadering nodig heeft om medewerkers hun kennis te laten delen, zie ik bij andere organisaties dat medewerkers bijna als vanzelf zoeken naar verbinding en uitwisseling.

Bart Lamboo (2018) heeft onlangs onderzoek gedaan naar blended learning vanuit het perspectief van de docenten en hierover gepubliceerd in ‘Inspired to change’ van Frans Jacobs en Ellen Sjoer (Eds.). In zijn conclusie schrijft hij over de zoektocht van docenten naar het zinvol inzetten van blended learning. Rode lijn door zijn conclusie is dat docenten graag hun ervaringen willen delen en er een grote behoefte is aan verbinding. Daarnaast moeten managers dit proces ondersteunen en ook wel een beetje afdwingen. Een combinatie van bottom-up en top-down implementatie lijkt hierbij de beste ‘blend’ te zijn.

Wilfred Rubens noemt in zijn boek ‘E-learning, trends en ontwikkelingen’ (2013) de noodzaak van een cultuur gericht op samenwerken om zelf gestuurd en zelf georganiseerd leren mogelijk te maken. Hij erkent hierbij direct dat dit geen eenvoudige opdracht is om te realiseren, hierbij zijn goede (online) faciliteiten en  collegiale ontmoetingen in ieder geval de basis.

Kennisdelen vraagt urgentie, ondersteuning en de mogelijkheid om met elkaar te verbinden. En wat levert het op? Een dynamische organisatie met respect voor elkaars kennis en een hoge leercurve!

Een tool voor elk leerdoel

Tijdens mijn trainingen over blended learning krijg ik vaak vragen over welke online tool geschikt is voor welk leerdoel. Helaas is deze vraag niet zo makkelijk te beantwoorden. Er is een wereld aan online educatieve tools beschikbaar, sommigen zijn fantastisch en anderen een teleurstelling.

Ook leerdoelen komen in alle soorten en maten. Het is daarom handig leerdoelen in te delen met een taxonomie (een methode om leerniveaus en de cognitieve ontwikkeling in algemene zin te classificeren). De taxonomie van Bloom wordt veel gebruikt omdat deze hogere en lagere leerniveaus èn eenvoudige en complexe kennis onderscheidt (Knevel, 2013).

Online tool

Maar goed, een tool voor elk leerdoel? Online tools passen vaak heel goed bij een specifieke lesactiviteit, en die lesactiviteit draagt bij dan bij aan het halen van het leerdoel. Bijvoorbeeld:

En de samenhang met een taxonomie van Bloom? Als je wilt dat studenten het leerdoel leren op het niveau van onthouden, doe een quiz. Is het leerdoel gericht op toepassen, dan is Padlet een goede tool. Als je wilt dat studenten zelf gaan creëren, laat ze dan een animatie maken met www.powtoon.com of www.goanimate.com.

Online tools zijn een goede manier om werkvormen te verrijken en breder inzetbaar te maken dan alleen in de klas. Je kan een online tool namelijk ook inzetten bij een huiswerkopdracht. Ik vraag mijn studenten een complex onderwerp uit te leggen met een infographic, gemaakt in Pictochart.

Het gebruiken van een tool betekent dat je een eigen account moet aanmaken en vervolgens leert hoe de tool werkt. Bij de ene tool gaat dit heel snel, zoals Socrative, een andere vraagt wat meer tijd (Padlet). Ze hebben allemaal een gratis versie, zodra je een abonnement neemt, krijg je toegang tot meer opties om het gebruik van de tool te verrijken en te delen.

En dan nog een laatste tip: ‘Less is more’, gebruik liever een of twee tools echt goed, dan meerdere tools half. Niets is zo vervelend (en gênant) als je een tool niet lekker in de vingers hebt en je staat te stuntelen voor de klas. Het zinvol inzetten van blended learning hangt nauw samen met het gebruik van goede online tools. Ze maken het mogelijk online en offline activiteiten te verbinden, studenten te laten samenwerking en het onderwijs te verrijken.

Let’s start at the very beginnning . . . . blended learning

Blended?

Blended learning, wat is dat nu eigenlijk? Als we de term netjes vertalen naar het Nederlands, dan staat er gemengd of gemixed leren en dat is het ook. Bij blended learning meng je verschillende werkvormen met elkaar tot een didactisch concept.

Als je het goed doet is blended learning activerend en helpen de diverse werkvormen de student om te leren, te oefenen en te verdiepen. ‘Maar dat is toch niets bijzonders’, hoor ik je denken, ‘doet het onderwijs dat niet al jaren?’ Dat klopt, het mengen van werkvormen in de klas en zelfs bij huiswerk is niet nieuw, het toevoegen van een digitaal component is dat wel.

Met de komst van websites, social media, apps en vooral mobiele apparaten die altijd en overal online kunnen, is het mogelijk het mixen van werkvormen dynamischer, interactiever en tijd- en plaats onafhankelijk te maken. Hiermee is er een wereld aan gemengd leren open gegaan die we blended learning zijn gaan noemen.

Blended learning gaat verder dan alleen het mengen van werkvormen. De term omvat ook het didactische concept waarin de werkvormen worden gegoten, de samenhang tussen online en offline leren die uiteindelijk voor activerend onderwijs zorgt.

De tijd waarin scholieren, studenten en werknemers bereidwillig urenlang in de schoolbanken zaten en naar de alwetende docent luisterden, ligt al lange tijd achter ons. Voor ons ligt een interactieve wereld waar de grens tussen online en offline steeds onduidelijker wordt en het kiezen van relevante kennis steeds belangrijker is. Blended learning sluit aan bij deze ontwikkeling en ontsluit een manier van leren die niet alleen toekomstproof is, maar ook leuk om te doen en te ontwikkelen!